Badkamer? Die heb ik niet | Column

Badkamer? Het is een woord van alledag. Maar kun jij zeggen dat je een badkamer hebt? Ik niet. Er past niet eens een fatsoenlijk bad in. Althans, niet eentje waar ik als man van 1.84 meter in kan onderdompelen. Dat vind ik jammer. Vind jij het niet heerlijk om met een boek in bad te stappen? De kraan die loopt en waar het sop je de mond in loopt. Voor mij is dat alleen weggelegd tijdens een weekend weg. Met de rolkoffer naar een huisje in Volendam, bijvoorbeeld. Hier kon ik gebruik maken van een hele verdieping. Alleen. Welgeteld heb ik één hele avond in bad gelegen. Dat heb ik kunnen tellen.

Mijn fantasie wil ik loslaten. Zo zie ik in gedachten voor mij dat ik dat ik in diepe blauwe ogen kijk. Wat dacht je van de ogen van Kim Feenstra? Of van Maan? De laatste ligt wat meer in mijn leeftijdscategorie. Bij haar wil ik het bad wel vol laten lopen. Is het mogelijk dat ik van gene het bad laat overstromen? Uiteraard, maar dan kan ik altijd nog de volgende smoes gebruiken. ‘Je bent lekker lekker.’ Ik zie het al voor me. Een kop zo rood als iemand die overreden door een traktor. Ook geen lekker gezicht. Fantaseer maar verder houd ik mijzelf voor.

Het probleem is duidelijk. De badkamer is te klein. Beter gezegd: ik heb geen badkamer. Ik kan mij fijn douchen. Waarom heet het dan geen douchekamer? Dat heeft misschien te maken met de Tweede Wereldoorlog. Oeps. Al vind ik het een betere benaming. ‘Ik ga naar de douchekamer,’ is makkelijker gezegd dan badderen. Dat is onmogelijk met het kletteren van water op mijn kop. Het water dat niet door de put wegspoelt, blijft als een laagje kleven op de tegels. Ik droog mij af en denk nog eens aan Maan. Het water stopt als ik op de knop druk. Ik droog mij af en denk. Ja, met 1.84 pas ik wel onder de douche.

Photo by Holger Link on Unsplash

Photo by Holger Link on Unsplash

Loading Likes...

19 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *