De Jongen #101 | Schermen op het scherm

Schermen op het scherm

‘Licht uit, spot aan. We draaien!’ ‘Eban! Geef me de vijf!’ zei Pello. Eban gaf hem de vijf, maar hij miste Pello’s hand. Pello had zijn floret in Eban’s borst gestoken en lachte naar hartelust. ‘Bedankt hé.’ zei hij en liep naar achteren. ‘Waar ga je heen?’ riep Pello hem na. De jongen reageerde niet, maar liep door de kamer heen. Hij draaide zich om en keek. Niemand die hem in de gaten had en Pello ook niet. Hij liep tussen de schermende mensen heen en prikte Pello in zijn rug. ‘Boe!’ riep Eban. ‘Eban, gaan we nou flauw doen?’ ‘Wie begon hier nou hé, meneer.’ Pello knipoogde een keer en ze gingen verder.

Athol en Gavin deden ook mee met het schermen. Van een goedkoop zaakje uit de stad had Athol een paars schermpak kunnen vinden, of hij heeft het paars gespoten. Voor deze oude baas was niets te gek. Ze lachten in ieder geval, zag Eban. Gavin prikte met de floret in de buik van Athol. ‘Eén punt voor Gavin.’ werd er geroepen. ‘Eén punt voor Athol.’ Je zag Athol lachen toen het werd omgeroepen door de kamer. Hij had de vader van Eban een mooie poets gebakken toen hij was omgedraaid. Als twee ridders probeerden ze elkaar te verslaan, gelukkig was Athol voor zijn leeftijd nog een krasse knar.

‘Huh? Water?’ zei Rainier ineens. ‘Water?’ ‘Water?’ vroegen mensen zich ineens verbaasd af. Op de vloer kwam een laagje met water te staan. Verbaasd keken de mensen om zich heen, totdat Pello omhoog keek. ‘Het is de waterinstallatie.’ ‘Waterinstallatie?’ Athol kwam door de kamer naar hen toegelopen. Zijn voetstappen zag je op de natte vloer meedeinen. Hij keek omhoog en de sprinklers spoten water in zijn gezicht. Hij zette zijn bril af, veegde het met zijn mouwen droog  en zette zijn bril weer op. Athol keek met zijn blauwe ogen uit het raam, maar daar was niets te zien. Alleen een eekhoorntje die zijn winterslaap niet kon vatten stak over het terrein. ‘Mientje, dweilen en schrobbers graag voor de kamer waarin we aan het schermen zijn. De sprinklers zijn afgegaan.’ zei Athol aan de telefoon naar het personeelshuisje. Eban keek door het raam en zag nog net twee of drie lichtjes voor personen uitzweven. ‘Komen er al aan.’ zei Eban tegen Athol. ‘Das snel.’ zei Athol opgewekt, trots op zijn eigen personeel.

‘Kom, we gaan kijken.’ zei Rainier toen hij Eban tegen kwam in de kamer. Eban stond met een dweil het water op te dweilen. Hij lachte naar Rainier. Ze duwden de deur open en glipten de kamer uit. ‘De sprinklers gaan toch niet uit zichzelf aan?’ vroeg Rainier zich af. ‘Nee, waar de sprinklers aangaan, is vuur.’ zei Eban iets te serieus. Rainier moest lachen en ze liepen via de woonkamer naar buiten. ‘We hebben niemand gezien. Opmerkelijk. Waar is oma Belle?’ vroeg Eban. ‘Ik weet het niet, maar je hebt wel gelijk. Je ziet altijd mensen lopen in Villa Veertig. Ook mensen van buitenaf die komen kijken hoe het er nou eigenlijk uitziet.’ ‘Klopt.’ antwoordde Eban. ‘Maar je weet toch ook dat Villa Veertig niet meer te bezichtigen is? Als voorzorgsmaatregel hebben ze de poorten dichtgedaan. Alleen wij mogen er nog in.’ ‘Oh, dat wist ik niet.’ ‘Zeker niet opgelet zondag?’ Eban moest lachen, zelf had hij ook niet opgelet.

‘Kijk Eban! Platen.’ ‘Dat was mijn eigen idee Rainier.’ Eban keek naar hem op want hij was een paar centimeter langer. ‘Je hebt echt niet opgelet hé.’ ‘Sorry. Ik denk dat het niet interessant genoeg was. Was meer een familiereünie of zo.’ ‘Familiereunie? Niet belangrijk? Het gaat wel om jouw toekomst hoor. Anders zal ik Velasquez meteen melden dat hij je mag komen halen.’ Geschokt bleef Rainier staan bij het hek. ‘Wacht. Ik hoor iets.’ zei Eban en hij maakte een gebaar dat hij niet mocht doorlopen. Door de schermen konden ze wel naar de buitenwereld kijken, maar andersom niet. De jongens renden snel naar het hek, schoven het open en glipten naar buiten. Bladeren kraakten onder hun voeten en Eban voelde zijn hart in zijn keel kloppen. Wat is er aan de hand? dacht hij. ‘Dit klopt niet.’ ‘Wat is dit?’ reageerde Rainier. ‘Torren.’ ‘Wat doen die hier? En ze zijn met zoveel!’ Een rij met wel honderden torren werd verlicht door een vaag groen licht van Eban’s ring. ‘Kom we lopen een stukje verder.’ zei hij zacht tegen zijn neefje.

Na een paar minuten door het bos te hebben gelopen, hoorden Eban en Rainier stemmen. Ze liepen iedereen aan een kant van het pad en probeerden hun voetstappen te dempen door op hun tenen te gaan lopen. ‘Ik hoor iets.’ zei Eban alweer. ‘En ik zie iets.’ zei Rainier. Een eindje weg achter de bomen scheen een vaag, flikkerend licht. ‘Het is een vuurtje.’ ‘Kom, we gaan kijken.’ zei de jongen. Eban liep een stukje tussen de struiken door en duwde wat takken weg, zodat Rainier hem makkelijker kon volgen. ‘Er danst een man. Tussen de bomen?’ ‘Goed gezien Rainier. En dat tussen de bomen.’ ‘Tussen de bomen. Dansen. Vuur. We weten niet hoe hij heet.’ ‘Hij? Hoe weet je dat het een hij is? Dat is vanaf hier niet te zien hoor.’ ‘Ik weet zeker dat het een hij is.’ ‘Maar wat zei je niet Rainier?’ ‘Dat ik zeker weet dat het een hij is?’ ‘Nee, daarvoor.’ ‘Tussen de bomen. Dansen. Vuur. We weten niet hoe hij heet.’ ‘Precies. Dit lijkt wel heel erg veel op Repelsteeltje. Vind je niet?’ ‘Repelsteeltje. TSJAKKA!’ schreeuwde Rainier zo hard dat er een paar kraaien opvlogen door de duisternis. Eban en Rainier waren vlug achter een boom gaan staan, zodat de figuur hen niet zou kunnen zien. ‘Kom, we gaan terug.’ zeiden ze toen de kraaien weer terug kwamen vliegen.

‘Kom, doe die poort eens open.’ Rainier trappelde ongeduldig op de grond. Hij sprong bijna heen en weer. ‘Ik doe mijn best.’ Eban hield zijn groene ring tegen het oog van de poort aan. Hij moet toch zo openspringen? Klik. ‘Gelukkig. De poort is open.’ ‘Doe de poort dicht Rainier. Duw maar een beetje aan.’ Rainier sprintte een eind terug. Klikte de poort in het slot, trok er nog een keer aan en haalde toen Eban in. ‘Weer op veilig terrein.’

Schermen op het scherm
Loading Likes...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *