De Jongen #107 | Walter Nariolack

Walter Nariolack

Het was een rustige en zonnige dag in en rond Mechelstein. De vogeltjes floten luidt hun lied en de mensen waren vrolijk. Met zijn hoge hoed en ketting liep de burgemeester van het vredige dorpje door de omliggende bossen. Mensen zeiden hem gedag en hij begroette hen vriendelijk terug. Walter Nariolack was al bijna acht jaar burgemeester van Mechelstein. Een hele eer, al vond hij dat zelf. Wie wil er nou geen burgemeester zijn van zo’n prachtige gemeente als de zijne? Mechelstein heeft een overvloed aan bossen, maar de andere kant van de gemeente was plat en lag aan de IJssel. Ook een zeer mooie plek.

Voor begin april was het lekker weer. Het was niet te koud en niet te warm en de bomen kregen weer een groene gloed om hen heen. ‘Goedemorgen.’, zei de heer Nariolack. Een klein meisje met haar moeder liep richting het dorp. ‘Goedemorgen burgemeester. Hoe gaat het met u?’ vroeg de vrouw met sokken in haar sandalen. ‘Fijn dat u het vraagt, mevrouw Van Jacoba. Met mij gaat alles prima en met u?’ ‘Met mij gaat ook alles goed. Ik ga deze kleine meid weer eens naar school brengen. Nog een prettige dag.’ De burgemeester knikte en tikte tegen zijn hoed als afscheidsgroet. ‘Wat een heerlijke ochtend.’, zei Walter tegen zichzelf.

Hij begon aan een klim de berg op, in de richting van zijn dorp. ‘Wilt u een dropje?’ vroeg iemand die hem tegemoet kwam. ‘Nee, dank u vriendelijk. Ik red het wel.’ De heer Nariolack klauterde verder de bult op. Bovenaan de Carolinaberg ging hij op het bankje zitten dat om een grote boom stond. Hij keek op toen hij dingen hoorde ritselen. Het was vast de wind, dacht hij later. Een rolletje pepermunt haalde hij uit zijn zak vandaan, maakte het rolletje open en stak een pepermuntje in zijn mond. Lekker fris en niet verkeerd op zo’n mooie lentedag. Hij sloot zijn ogen.

Een man van 47 jaar liep in een zwarte mantel vanaf de andere kant de berg op. Rustig keek de man rond. Zijn bleke huid stak erg af bij het lentezonnetje van deze ochtend en zijn bleke ogen keken overal doorheen. Bedeesd liep hij de heuvel op met zijn mantel achter hem aan wapperend. Rustig liep hij om de boom heen tot hij voor de neus van de burgemeester stond. ‘Goedmorgen. Kent u mij helfen?’ vroeg de man aan de burgemeester. ‘Ja, natuurlijk meneer. Waarmee kan ik u van dienst zijn?’ ‘Ik graag willen weten zou waar ik de familie Van Bunder kan vienden.’ ‘Waarom moet u de familie Van Bunder hebben? Volgens mij bent u niet van hier.’ ‘Ik wil groag iets hebben wat zij hebben.’ ‘Oh nee, u bent toch niet die Spaanse gek?’, zei Walter geschrokken. ‘Gek? Ieke gek? How dare you? I will kill you!’

De heer Nariolack stond op en liep achteruit. Velasquez haalde zijn toverstaf uit zijn gewaad en richtte deze dreigend op de burgemeester. ‘U mijn vertellen waar Athol is. Dan ieke u sparen.’ ‘Nee!’, zei hij krachtig. Moordlustig stonden de bleke ogen van de Spaanse tovenaar. ‘Zei u nee?’ Angstig keek Walter langs Velasquez, maar er was niemand te zien. Hij liep achteruit tegen een boom op. Dat zorgde ervoor dat hij stopte en niet meer om de Spanjaard heen kon. ‘Zei u nee?’ herhaalde Velasquez. ‘Nee.’, zei de burgemeester iets minder zeker nu. Velasquez hief zijn toverstok op, maar voordat Walter nog iets had kunnen zeggen, had hij zijn spreuk al gezegd. ‘Muerpore!’ Een zwarte flits richtte zich op de borst van Walter. Hij zakte in elkaar tegen de boom en zijn hartslag zakte tot nul. Daarna mompelde Velasquez welterusten en vloog als een arend weg.

Die avond zat de jongen met zijn vader en moeder voor de televisie het MPS Nieuws te kijken. ‘Avond. Ik ben Jack van Geessewaes en dit is het nieuws van half zeven. Vanmiddag is ons ten gehore gekomen dat onze burgemeester, de heer Nariolack is overleden.’ Geschokt keken de familieleden elkaar aan. ‘We gaan door naar Kjell van Bunder, die staat op de Carolinaberg, ‘Tuurlijk, oom Kjell heeft weer de belangrijke klus te pakken.’ ‘Stil is even jongen, ik wil weten wat Kjell zegt.’ ‘Goedenavond Jack. Het enige wat we eigenlijk kunnen vertellen is dat op de plek achter mij het lichaam van de burgemeester is gevonden. Wat er precies gebeurd is kunnen we niet met volle honderd procent zeggen. Het enige wat wel duidelijk is, is dat de heer Nariolack met een brandmerk is gemerkt. Wat het merk precies betekent, dat weten we niet.’

Toen het nieuwsbericht bijna afgelopen was, lieten ze een foto zien van het merk in een merkwaardige, bijna paarse kleur. ‘Het zal ook eens niet. Komen we nou nooit van die man af!’, zei Ilona boos. ‘Velasquez.’, zei Eban vastberaden. Gavin en zijn moeder knikte.

Walter Nariolack

PS: heb jij het grote gevecht nog niet gelezen? Deel 1 en deel 2 zijn te lezen met de voorgaande links.

No votes yet.
Please wait...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *