De Jongen #110 | De Jongen en de blogger

De Jongen en de blogger

‘Eban? Eban!’, zei Belladonna zwaaiend met haar handen. Belladonna was de dochter van Christophe Ossenberg. Deze man was de eigenaar van Kasteel Mechelvieurt. Een prachtig kasteel met drie torens en een lange galerij, op meerdere verdiepingen. Zelf bezette hij met zijn dochter de bovenste twee etages. De jongen zwaaide terug naar Belladonna, zette zijn fiets in een rek en liep het bordes op. Zij hield de zware voordeur open en liet de jongen binnen. ‘Goedenavond.’, zei de jongen met een koude kikker in de keel. ‘Fijn dat je er bent Eban.’ ‘Is er iets aan de hand?’ ‘Nee hoor. Hoezo?’ ‘Je doet zo gestrest? Is er veel werk?’

Ze liepen de hal in, op weg naar het kantoor van Christophe. Halverwege de hal kwam hij hen al tegemoet. ‘Ah, Eban. Ik dacht dat je nooit zou komen.’ ‘Pa, hij is er net.’ Christophe gebaarde dat ze stil moest zijn. ‘Jij…’, begon hij. ‘… jij moet Baudouin Bruining deze avond rondleiden.’ De ogen van Eban werden zo groot als pingpongballen. ‘Baudouin? De Baudouin?’ ‘Ja Eban, de Baudouin. Hij komt voor een rondleiding langs in het kasteel. Ik wil een goede indruk maken en ik kan dat het beste doen door een echte Mechelsteiner op hem af te sturen. Vind je ook niet?’ Het gezicht van de jongen liep rood aan en zijn gedachten gingen naar een topsnelheid. Baudouin Bruining komt naar Mechelstein. Oh yeah. We gaan ervoor. ‘Ik ben blij dat ik op je kan rekenen. De blogger zal er zo wel aankomen. Dus maak je klaar.’, zei Christophe bedeesd en hij liep weer terug naar zijn kantoor.

‘Daar komt hij!’ werd er na vijf minuten geroepen. Eban maakte een dansje van vreugde. Zijn favoriete blogger zou komen naar zijn dorp! Joepie. Een kleine, blauwe Twingo stopte voor het bordes en een donkerblonde jongen stapte uit. Eban was zo blij dat hij de deur van blijdschap open zwaaide, zodat de deur bijna Baudouin zo raken. ‘Goedenavond. Ik ben Eban van Bunder en kom uit Mechelstein. Ik werk in dit kasteel voor een paar uurtjes per week en ik zou u graag een rondleiding willen geven.’ Zo, dat is eruit, moet Eban gedacht hebben, omdat hij dit alles in één zin uitsprak. Baudouin gaf de jongen een hand. ‘Ik ben Baudouin en ik zou graag een rondleiding van je krijgen Eban.’ ‘Dan gaan we naar binnen!’, zei Eban reuze vrolijk.

Vijf minuten later liep Baudouin met een kopje koffie door het kasteel en was Eban veel te vrolijk voor zijn doen. ‘Dit is de landkamer. Deze kamer werd vroeger gebruikt als toezichtskamer. Vanaf hier kun je de hele omgeving zien.’ De blogger haalde een klein notitieblokje uit zijn borstzak en met een klein pennetje begon hij de krabbelen. De twee twintigers liepen verder naar de torenkamer met allemaal wandkleden aan de muur. ‘Wauw.’, zei Baudouin zachtjes toen hij de wandkleden zag. ‘Is dat allemaal zelf gemaakt?’, vroeg hij erachter aan. Eban vertelde dat alles vroeger zelf is gemaakt. ‘De meeste wandkleden komen uit de Middeleeuwen en zijn in de loop van de laatste decennia hersteld.’

Baudouin en Eban beklommen de trap en kwamen uit op de eerste verdieping. Ze bekeken de gezelligheidskamer, de geschiedeniskamer en de balzaal. Met veel plezier bekeken ze samen ook de muntenkamer. ‘De meeste munten komen wederzijds uit de Middeleeuwen. Maar er zijn ook munten van veel later. Deze munt is geslagen in Mechelstein zelf.’ De jongen liet een zilveren munt zien, die bijna helemaal vlak was geworden met de tijd. Je kon nog net Mechelstaen erin zien.

Het laatste vertrek dat ze bezochten was de tekstgalerij. Eban had deze expres als laatste bewaard. ‘Dit is de tekstgalerie.’, begon Eban zijn verhaal. ‘In deze hal vindt je, zoals je ziet, allerlei bordjes waar teksten op staan. Teksten van bekende schrijvers, zowel van deze tijd als vroeger, maar ook liedteksten, poezie, gedichten en zo.’ ‘Interessant.’, zei Baudouin. Hij pakte weer zijn notities erbij en begon met schrijven. Aan het einde tekende hij vier sterretjes. De blogger borg zijn notitieboekje weer op. Eban begon met zijn voeten te schuifelen. Zal ik het vragen of niet? Nu is hij er. Straks niet meer. ‘Baudouin?’, begon Eban twijfelend. ‘Ja, wat is er?’ ‘Zou ik van u een handtekening mogen?’ De jongen keek hem extra blij aan. Baudouin moest lachen om zijn gezicht. ‘Natuurlijk mag dat.’ Hij haalde een kaartje en het pennetje uit zijn andere borstzak en krabbelde zijn handtekening erop. ‘Alsjeblieft.’, zei hij. Eban pakte het kaartje aan en danste van blijdschap door de gang, op weg naar de uitgang. ‘Komt u mee? De rondleiding is af.’ Baudouin glimlachte en liep achter de jongen aan door de hal. Christophe, Belladonna en nog wat collega’s gaven Baudouin Bruining een hand en bedankte hem voor zijn komst. Eban liep nog de oprijlaan op en zwaaide naar hem, totdat hij de hoofdweg op reed.

Loading Likes...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *