De Jongen #68 | Relaxen in Kasteel Mechelvieurt

‘Goeiemorgen.’ ‘Goeiemorgen Eban.’ zei Belladonna toen Eban de hal van Kasteel Mechelvieurt binnenkwam. ‘Jij ziet er gehaast uit.’ ‘Ja, ik heb net dat stukkie gefietst. Zweet me kapot.’ ‘Volg me maar. Ik zal tegen papa zeggen dat je er bent.’ Ze liepen een aantal trappen op en kwamen uit op de derde verdieping. Belladonna deed de deur voor Eban open. ‘Een badkamer.’ zei Eban verontwaardigd. ‘Meen je?’ lachte ze. Eban glimlachte en liep naar binnen. De badkamer was gelegd met gouden stenen en een bad met een zilveren rand. Hetzelfde gold voor de muur. Aan de overzijde stonden twee grote kranen die het twee meter lange bad vulde met water en schuim. Belladonna liep langs hem heen naar een lage, witte kast die de hele muur bezette. ‘Hier een handdoek.’ zei ze terwijl ze de handdoek over een stoel gooide. Daar staat shampoo en badschuim. Ik klop straks als je eruit moet.’ Belladonna wees naar de shampoo en het badschuim en verdween. Eban bleef even om zich heen kijken en ging op een stoel zitten. ‘Jezus, wat een badkamer.’

Klik hier voor meer informatie over De Jongen. 

Eban kleedde zich uit en stapte het bad in. Hij voelde dat er een bankje zat en liet zich erop vallen. ‘Hmm.’ zei Eban even later. Hij zwom naar de andere kant van het bad en pakte het flesje met badschuim. Eban schroefde het flesje open en per ongeluk viel het achterover op de grond. ‘Badneten!’ schreeuwde Eban luid en dook achterover het bad in. Kleine rode springerige beestjes sprongen voor zijn ogen en verspreidden zich razendsnel door de badkamer. Wat moet ik doen? Dacht Eban. Hij drukte zichzelf tegen de badrand aan en keek met grote ogen wat er ging gebeuren. De badneten omcirkelden het bad en sprongen toen tegelijk het bad in. Eban keek met open mond van verbazing hoe de badneten oplosten in het warme water en veranderde in schuim. Eban sprong door het roze schuim heen en waste zichzelf. Er werd op de deur geklopt en Eban keek om. ‘Ja?’ Op de deur klonk nog twee keer gebonk en toen ging Eban maar uit bad. Hij droogde zichzelf af, kleedde zich aan en zocht wat gel in één van de kastjes. De deur ging open en hij stapte de hal in en liep via het trappenhuis naar beneden.

´Ha Eban, daar ben je.´ zei Christophe toen hij Eban zag dwalen door de gang. Ze gaven elkaar een hand. ´Vandaag heb ik een ander klusje voor je. De hoge piefs van de Kastelenraad komen langs en willen graag een rondleiding door Kasteel Mechelvieurt.’ Eban knikte, blijkbaar dacht hij na.  ‘Dat kan ik vast wel doen!’ zei Eban enthousiast. ‘Dat is mooi. Ze zitten in de wachtruimte.’ Samen liepen ze naar de wachtruimte toe. ‘Deze jongeman is bij mijn in dienst. Hij zal jullie gaan rondleiden door ons Kasteel, Kasteel Mechelvieurt.’ Eban gaf de mannen een hand en stelde zichzelf voor. ‘Eban.’ ‘Wim de Klerk.’ ‘Eban.’ ‘Jan Verga.’ ‘Eban.’ ‘Marie van Veer.’  ‘Loopt u maar door.’ vertelde Eban toen hij de deur openhield naar de gang toe. ‘Dit vertrek noemen we de landkamer. Zoals u ziet, kijkt deze ruimte uit over de laan naar het kasteel toe en konden ridders hun tegenstanders aan zien komen vanuit de IJssel.’ Ze liepen door de landkamer heen en mevrouw Van Veer vroeg iets aan de jongen. ‘Mijn beste jongen, waarom heeft het kasteel zo’n kamer?’ ‘Deze kamer hebben ze zo gemaakt, met deze kaarten, zodat ze wisten hoe het kasteel en omgeving eruit zag. Het werd gebruikt als het kasteel werd belaagd. Vanaf hier werden de commando’s gegeven.’ Eban liet zich niet zo gemakkelijk uit het veld slaan en beantwoordde alle vragen met zijn eigen passie. De jongen streek met zijn hand even over een landkaart en ze verlieten de landkamer.

‘De bibliotheek.’ zei Eban en hij duwde de deur tegenover die van de andere kamer open. Het was er zo donker, dat Eban even moest voelen waar het lichtknopje zat. ‘Gevonden.’ zei hij lachend. De mannen lachte ook, alleen mevrouw Van Veer niet. Ze hield haar lippen strak op elkaar en liep de kamer in. ‘Prachtig.’ Kon ze nog net tussen haar lippen doorkrijgen. Lange rijen met in leer gebonden boeken stonden in de metershoge kasten, die ook meters doorliepen, totdat de muur hen tegenhield. ‘Kunt u mij vertellen wat het oudste boek is?’ vroeg de lange meneer, Wim de Klerk. ‘Volgt u mij.’ Het oudste boek lag op een stoffig tafeltje met een lampje erboven. De grijze baard van de heer De Klerk hing over het boek heen toen hij het bekeek. ‘Het is een heel oud sprookjesboek voor kinderen, met kleine en grote verhaaltjes erin.’ ‘Netjes. Weet u hoe oud het boek is?’ vroeg meneer Verga. ‘Het boek stamt uit 1635. Ten tijden dat een deel van Vlaanderen bij ons hoorde.’

‘Kijkt u maar.’ zei Eban toen ze de kamer met wandkleden binnenkwamen. Van Veer ging voorop de kamer in en liep meteen naar een kleed dat aan de andere kant van de kamer hing. ‘Meneer, weet u wie deze heeft gemaakt en wanneer?’ ‘Dat wandkleed is gemaakt in 1823 door de kledingmaakster van Willem I der Nederlanden.’ ‘Wat een kennis heeft die jongen.’ zei Verga. Er hingen een stuk of 20 wandkleden, allemaal over elkaar heen. Op de meeste stonden mensen afgebeeld, maar ook een paar met het wapen van de Gemeente Rheden en van de Gemeente Mechelstein.

Boven aangekomen liep het viertal naar de kunstgalerij. ‘Sorry, ik ga hier niet naar binnen.’Mag ik vragen waarom?’ riep mevrouw Van Veer. ‘Misschien een andere keer. Ik wacht u zo op.’ De drie hoge piefs liepen de kunstgalerij binnen en Eban wachtte buiten tegen de deur van het trappengat. De deur verdween naar achter en Eban viel achterover. Gegrinnik klonk er achter hem. ‘Kon het niet laten!’ zei Belladonna, die in een roze jurk achter hem stond. ‘Is Eban hier?’ klonk er vanuit het trappenhuis. ‘Ja, papa.’ zei Donna terug en Christophe verscheen. ‘Hey Eban, hoe gaat het?’ vroeg hij beangstigend. ‘Top!’ zei Eban. ‘Maar ik ga daar niet naar binnen.’ vervolgde hij en wees naar de kunstgallerij. ‘Dat hoeft niet. Kom zo maar naar het restaurant. Dan kunnen we ze nog een drankje aanbieden.’ Christophe en Belladonna verdwenen weer. Belladonna keek nog even achterom. ‘Tot zo.’

‘Even zitten.’ zei de heer Verga. Ze zaten met zijn zessen aan een grote tafel met een luxe bank. ‘Dankjewel Dorise.’ zei Christophe toen ze zes glazen voor hen op tafel zette. ‘Werk je hier al lang Eban?’ vroeg de heer Verga. ‘Vanaf eind juni meneer.’ Christophe knipoogde nog een keer naar hem. ‘Dan heb je al een mooi beetje kennis van alles hier.’ vulde Jan zijn vraag aan. ‘Een lekker appeltaartje erbij heren?’ vroeg Dorise toen ze met appeltaart aankwam met zelfgemaakte slagroom. ‘Lekker!’ zei Eban als eerste. Wim en Marie zetten net als Eban hun glas aan de kant, zodat er plaats kwam voor het gebak. ‘En hoe lang werkt u hier al?’ vroeg Marie met haar kaken stijf op elkaar aan Dorise. ‘Ongeveer een week.’ Eban glimlachte naar haar en keek toen weer serieus. ‘En, bevalt het?’ ‘Nog een beetje onwennig en druk, maar wel heel leuk.’ Gaf ze eerlijk als antwoord.

Ze verlieten het restaurant en Van Klerk, Verga en Van Veer gaven Dorise alle drie een tientje als fooi. ‘Dank u wel.’ stamelde het blonde meisje en ze liep terug de keuken in. ‘Ik leid u verder rond over deze verdieping.’ zei Eban. ‘En dit is de…’ De jongen stopte even met praten en duwde de massieve, immense, houten deuren opzij. ‘balzaal.’ Het licht werd door de grote ramen de ruimte ingeduwd en er hadden gemakkelijk 100 mensen tegelijkertijd kunnen dansen. ‘Dat is pas een balzaal.’ zei mevrouw Van Veer. ‘De balzaal wordt tegenwoordig niet meer verhuurd. Echter organiseert het kasteel met kerst wel een groot balfeest.’

‘Dit is één van mijn favoriete kamers van het kasteel.  De muntenkamer.’ De deur ging open en vitrines vol met allemaal verschillende munten blonken in het licht van de lampbuizen. ‘Dit muntje is laten maken door Otto I van Gelre. En dit muntje is gemaakt in opdracht van de Graaf van Veluwe, omstreeks 1179.’ Eban liet een heel oud, zilveren muntje zien, dat vreselijk misvormt was. Hij liep naar een vitrine toe die het dichtst bij raam stond en opende het met een sleutel. ‘Dit muntje is gemaakt tere ere van Andrys Mechelvieurt, de oude kasteeleigenaar die oorspronkelijk uit Friesland kwam. Zijn nakomelingen wonen tegenwoordig in Mechelstein.’ De drie luisteren met veel interesse, maar aan alles kwam een einde, ook aan deze rondleiding.

‘Ik hoop dat Eban jullie keurig heeft rondgeleid en dat jullie een goede indruk heeft gekregen van Kasteel Mechelstein.’  ‘Wij zijn zeer zeker tevreden met deze rondleiding.’ antwoordde de kleine, dikke Verga. Ze gaven elkaar een hand en zeiden gedag. Ze wensten Eban nog een prettige tijd in het fijne kasteel en gingen ervan door. ‘Je bent geweldig Eban.’ zei Christophe.

Loading Likes...

17 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *