De Jongen #71 | De Jongen en de Krakende Hoofdsteeg

‘Mama, waar heb je al die tassen voor nodig?’ vroeg Eban aan Ilona. Ze stopte snel een aantal plastic tassen in elkaar, die ze vervolgens in haar groene handtas stopte. ‘We gaan naar Armhem, Krakende Hoofdsteeg.’ Beantwoorde Ilona haar zoon. ‘Oké.’ ‘Nou, wat sta je daar te kijken. Ga je spullen halen. We gaan zo.’ Eban haastte zich vlug naar boven. Hij pakte zijn portemonnee, stuurde nog een paar appjes en haalde zijn zonnebril van het kastje af en zette hem op.

‘Krakende Hoofdsteeg!’ Twee stemmen klonken door het kleine kamertje van de villa waar de verkeersbuizen stonden. De ijzige kou die de verkeersbuizen met zich mee brachten, likten aan de lichamen van Eban en Ilona en ze verdwenen naar beneden. Op vrijwel hetzelfde moment rezen ze in het blauwe licht omhoog en lopen een kamertje in. Druk hier, stond er geschreven bij de knop die het standbeeld tot leven maakt. ‘Druk jij?’ vroeg Ilona. De jongen liep naar voren en drukte op het stenen knopje. De ogen van het standbeeld kleurden grijs en de vrouw kreeg haar natuurlijke kleur terug. ‘Ah, de Van Bunders. Welkom terug!’ zei ze.  Met haar vinger tikte ze op vijf bakstenen en de vormde de doorgang naar een keurige winkelstraat waar de houten vloer trilde.

Ze liepen de Einder apotheek binnen, waar een helder wit licht tegen de lichtblauwe vloer kaatste, wat zorgde voor een soort ziekenhuisgevoel. Het was stil in de apotheek, alleen een medicijndeskundige praatte op fluistertoon met een oude man. ‘Graag een doosje paracetamol die je kan oplossen.’ zei Ilona toen ze aan de beurt waren. De vrouw liep naar achter en kwam terug met een doosje waarbij de pilletjes oplossen op je tong met een aardbeiensmaak.

‘Het is druk.’ zei Eban toen ze buitenstonden. ‘Nou je het zegt, het is drukker dan anders.’ Ze liepen de hoek om en een aantal mensen stonden om de kiosk heen te kijken naar iemand die bij een tafeltje stond. ‘Wat is hier aan de hand?’ vroeg Eban zich af. ‘Kom we gaan terug.’ zei Ilona en ze draaiden zichzelf weer om. Ze gingen de kledingwinkel van Janssen binnen en haalde daar een paar overalls en broeken die Eban kon gebruiken. ‘Je zal maat 32 wel hebben denk ik zo. Pas eens even!’ ‘Dat gaat echt niet hoor mam.’ zei Eban terwijl hij in het pashonkje stond te springen om zijn broek aan te trekken. ‘Je breekt de keet bijna af Eban!’ Lachte Ilona, terwijl haar zoon tegen het wandje van het pashokje was gekletterd, omdat hij over zijn broek was gestruikeld.

Klik hier voor meer informatie over De Jongen. 

‘Ja, lach maar.’ klaagde Eban. ‘Ooit zal ik me dood kunnen lachen om jou.’ ‘O ja, is dat zo?’ lachte Ilona. Eban keek haar vals aan, waardoor ze nog harder ging lachen. ‘Ik wil toch nog even kijken wat er daar aan de hand was.’ Zo gezegd, zo teruggelopen. Ze liepen door de menigte en daar stond hij dan, het neefje van de jongen, Queran. Ilona sloeg haar handen voor haar mond en Eban lachte zijn tanden uit zijn mond. Op een tafeltje stond zijn cd. Queran van Bunder stond er in mooie letters op geschreven. Enkele meisjes stonden om het tafeltje heen en Queran was druk bezig om een cd te verkopen aan meisje en er een handtekening op te zetten, toen hij omkeek en Eban en Ilona zag. Hij wenkte hen en ze kwamen naar voren. ‘Even lachen Eban en tante Ilona.’ Een fotograaf klikte een paar keer en verdween toen snel. ‘Leuk Queran, ik had niet verwacht dat je hier zou staan.’ ‘Papa heeft met mijn platenlabel gekletst en voila.’ ‘U heeft het over mij?’ vroeg Laurenz. ‘Heel grappig pa.’

‘Veel plezier nog Queran. We zien je snel.’ zei Ilona. De jongen en zijn moeder zeiden Laurenz en Queran gedag en vertrokken door de blauwe stralen naar huis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *