De Jongen #74 | Stranddag met een duister tintje

‘Strand!’ zei de jongen en liet zich blij voorover vallen. ‘Woehoe!’ zei Eline. Er klonk veel gejoel van de studenten die de bus uitkwamen en zich massaal op het strand lieten vallen. ‘Jullie, kom even hierheen!’ Klonk de stem van Feron achter hen. Hij wees naar Eban, Cid en Anne en wenkte hen. Het drietal liep naar hun docent toe. ‘Hier, neem dit kratje maar mee. Dan hebben jullie nog wat te doen.’ Hij gaf een krat aan Eban en eentje aan Anne en Cid. Met grote bloeddoorlopen ogen keek Anne naar Eban, maar die draaide zijn gezicht weg en liep met het kratje het strand op. Vervolgens stapten Cid en Anne ook het strand op. ‘Wat hebben jullie daar?’ vroeg een jongen met een bakkebaarden uit een andere klas. ‘Kijk zelf maar.’ zei de jongen en zette het krat op de tenen van de jongen. ‘Oeps, sorry.’

Even later klonken er geluiden als tok, tok en woesh, woesh. Studenten en docenten liepen en renden over het strand heen en speelden beachvolleybal of tafeltennis. Een grote golf kwam aan op het strand en overspoelde Anne. Haar natte haren plakten aan haar gezicht en in de bloeddoorlopen ogen kwamen tranen, die niet te onderscheiden waren van de natte druppels die naar beneden lopen. Vanaf het strand klonk er gelach en zonder pardon rende Anne de bus in. ‘Toch best zielig hoor. Niet echt om te lachen.’ ‘Ach kom Eban, ze ging daar zelf staan.’ ‘Ja, voor het rustige water, niet om nat te worden van een hoge golf.’ Beet Eban terug naar Steef.  ‘Waar ga je heen?’ vroeg Steef terwijl Eban weg liep. ‘Ik ga even op het strand zitten. Mag dat niet Steef?’ ‘Tuurlijk wel. Ik dacht alleen dat ik iets verkeerds gezegd had.’ ‘Het is wel vaker zo dat mensen verkeerde dingen zeggen. Het meeste wat mensen zeggen wordt verkeerd geïnterpreteerd.’ antwoordde Eban stug.

Het werd donker op het strand. De zon verdween en maakte plaats voor dikke, zwarte donderwolken. Midden op zee kwamen de lichtflitsen naar beneden. ‘Het water uit!’ werd er geroepen. ‘Een beetje sneller!’ Kaboem. De onweer sloeg toe en een lichtflits kwam naar beneden. Eban en zijn klas zaten het meest links op het strand en waren met elkaar aan het praten toen er een paar vogels naar hen toekwamen. ‘Oh nee, dat zijn arenden.’ zei Eban geschokt. ‘Dus? Het is maar een arend.’ ‘Verlam arenden!’ schreeuwde Eban. De arenden tolden een paar meter naar achteren en veranderden in mensen. ‘Aaah!’ Klonk er als reactie. Snel stond het groepje op en deinden naar achteren. De vijf mannen schudden hun hoofden en keken plots recht naar voren. ‘Eban, wat moeten we doen?’ ‘Naar de bus en ook zo snel mogelijk.’

De klas rende terug naar de bus, wat leidde tot veel verschillende reacties van de andere klassen. ‘Wat doen zij nou?’ vroeg iemand toen ze langs sprintten. Vijf mannen sprongen op en renden achter de klas aan. Eban bleef tijdens het rennen plots stilstaan, draaide zichzelf om en drukte met grote druk op zijn ring. ‘Ha!’ zei Eban toen hij een kleine zandstorm had gecreëerd en zag dat vijf leden van de Gemeenschap van Sant Pere Pescador naar lucht zaten te happen. ‘Wicked!’ zei Cid. ‘Maar niet voor lang Cid, kijk maar. ‘Eban!’ klonk er bulderend over het strand en mensen keken naar wat er aan de hand was. Chico loopt woest op hem af, krabbend aan zijn tong, achter hem aan komen Carlos, Manel, Felip en Íñigo, een kunstenaar met een blonde baard en blauwe ogen. Señor, ¿qué puedo hacer por ti? Meneer Derksen vroeg vriendelijk in het Spaans wat hij voor hen kon betekenen. Maar bruut werd hij aan de kant gesmeten en Chico pakte Eban in zijn kraag en hees hem op. Eban knipoogte naar Eline, die tegenover hem stond en ze glipte stiekem om de bus heen. Een tel later krijste Chico het uit, omdat er in zijn ballen was getrapt. Hij liet de jongen los en hapte naar adem, voor de tweede keer vandaag. Ondertussen waren alle 17 leerlingen en zes docenten om hen heen gaan staan en keken toe. Eban grijnsde en gaf opnieuw een ferme tik op zijn ring, wat er meteen voor zorgde dat Carlos, Felip, Manel en Íñigo vielen door een klap van een grote, zwarte steelpan, die met hen meekletterde op de grond. ‘Snel, instappen en wegwezen.’ zei Truus. Met vieze zandvoeten sleepte ze het zand mee de bus in en lieten de vier lichamen liggen. De bus trok op en ze zagen Chico met een vuist in de lucht naar hen zwaaien. ‘Dat hebben we ook weer gehad.’ zegt Eban dan als hij zijn plaats inneemt naast mevrouw Emkhorst.

De Jongen, het e-book is voor €4,50 online te bestellen in de webshop.
Klik hier om de webshop te openen.


Loading Likes...

2 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *