De Jongen #75 | Op de hei

‘Time flies when you are having fun.’ zei Steef toen hij zijn kamer uitkwam. ‘Ook goedemorgen.’ antwoordde Cid een beetje nors. ‘Slaapgebrek van dat feestje?’ ‘Beter een chagrijnig gezicht in de morgen, dan een kop vol met zorgen.’ zei Eban lachend. ‘Haha, meneer de grapjas is er ook weer.’ Eline kwam de badkamer uit met een grote roze handdoek op haar hoofd. ‘Zegt mevrouw de grapjurk.’ zei de jongen terwijl hij met zijn hand op zijn been sloeg, om te laten zien dat het sarcastisch was. Anne kwam de slaapkamer uitgelopen waar zij sliep met Eline, maar glipte snel de trap af naar buiten toe. ‘Die heeft vast haast.’ antwoordde Steef het gedrag van Anne.

‘Welkom bij het ontbijt van dag 4!’ begon meneer Van Juffer zijn toespraak vandaag. ‘Het is vandaag donderdag 22 oktober. Op het programma van vandaag staat iets heel leuks. We gaan weer de natuur in. Dus kleed je goed aan, het wordt vandaag 18 º met een waterig zonnetje. De bus vertrekt over een uur. Eet smakelijk.’ Na het eten  klonk er veel geschuif van banken die opzij werden geschoven om zich klaar te gaan maken voor de dag. ‘Kom, je kan echt niet blijven eten hoor, Eban.’ ‘Hoezo niet?’ vraagt hij. ‘Straks ontplof je nog, net als Anne.’ zei Eline, terwijl Anne aan de andere kant van de tafel haar woedend aankeek. ‘Lekkere kamergenoot heb jij.’

Een uur later wordt het weer groen om de bus. ‘We rijden zo een ander natuurgebied in dan dinsdag. Ik wil dat jullie weer goed opletten! We hebben een vergunning gekregen om het bosgebied in te mogen lopen. Maar je weet nooit wat er schuilgaat.’ ‘Niet alleen in het bos weet je dat niet, ook bij mensen, zou makkelijker zijn als je kon zien wat iemand anders dacht.’ antwoordde Eban zachtjes. ‘Bliep bliep, ik ben een robot. Druk op de blauwe knop om te zien wat ik denk.’ reageerde Cid. Eban moest zo hard lachen dat hij zich verslikte in een slokje water. De anderen moesten ook lachen.

Een tiental minuten later waren er groepjes van drie gevormd en ging ieder groepje zijn weg door een gebied dat bestond uit moeras, mos, bomen en varens. ‘Kom, we gaan deze kant. Wat staat er op de kaart?’ vroeg Eban aan Cid en Eline. ‘Wat een leuk clubbie weer, hé jongens.’ zei Eline. ‘Kijk daar, een reiger!’ Cid wees op een witte vogel die een eindje verder in wat water stond te vissen. ‘Wat voor een varen is dit?’ vroeg Eban. Samen met Eline keek hij op een kaart van het gebied waarbij allerlei soorten vogels en bomen, varens, etc. op vermeld werden. ‘Ik heb geen idee. Wat denk jij dat het is?’ ‘Geen idee.’

‘Waar komen die beestjes nou opeens vandaan?’ vroeg Eline. Die begon te stampen op de grond, zodat er alleen maar meer beestjes kwamen. ‘MIEREN!’ ‘Ja, ik zie het.’ zei Eban droog met zijn lippen op elkaar geklemd. ‘Wat moeten we doen?’ vroeg Eline. ‘Wat denk je nou zelf?’ begon Cid. ‘Misschien niet bovenop een mierenhoop gaan staan.’ Maakte Eban de zin van Cid af. Het drietal liep een stukje verder het natuurgebied in en kwamen uit bij een plas. Het water was zo helder dat je de visjes erin kon zien zwemmen. ‘Ik ga er even bij zitten. Dat geslenter van die twee.’ zei de jongen. ‘Wie? Van ons?’ vroeg Eline. ‘Ja, je slentert al de hele dag.’ ‘Dan ga ik er even bij zitten. Voordat ik nog meer slenter.’ Eban pakte een plastic zak uit zijn rugtas en legde deze op de grond. Hij ging erop liggen en en zei nog net even ‘de mazzel.’, voordat hij in slaap viel.op

Loading Likes...

4 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *