De Jongen #76 | De terugreis naar Mechelstein

Het was vrijdag, dat betekent dat het de laatste dag was van de werkweek. Eban stond samen met Cid is hun slaapkamer. De tassen werden ingepakt en het huisje moest nog worden schoongemaakt.  ‘Hé Eban, wat vond jij nou het leukste van deze week?’ vroeg Cid zich af. ‘Ik vind ‘s avonds de gezelligheid in de tent of bij het kampvuur het leukste.’ ‘Dat dacht ik al. Vind je het wel echt leuk?’ Eban dacht even na, streek met zijn hand door zijn zwarte haren, liet zijn groene ogen zakken op zijn handen en haalde zijn mantel uit de koffer. ‘Elke dag kent leuke en minder leuke tijden. De ene dag is het 10 minuten niet leuk en de andere dag is dat één uur of misschien twee.’ Was het beste dat Eban kon bedenken om het zo goed mogelijk te zeggen.

De jongen trok zijn mantel aan en verliet de slaapkamer. Het zonnetje scheen prachtig en zorgde voor een mooie oranje gloed over het water van het zwembad. ‘He, wat doe je hier?’ vroeg mevrouw Emkhorst, toen ze uit de tent kwam. ‘Ik kijk naar het water van het zwembad. Het licht schijnt er zo mooi op!’ zei Eban enthousiast. ‘Je hebt gelijk Eban, het is prachtig.’ ‘Wel een mooi plaatje voor een schilderij!’ ‘Neem er een foto van.’ ‘Oh ja, dat is een goed idee mevrouw.’ Mevrouw Emkhorst en de jongen liepen over het terrein, in de richting van de tent. ‘Goeiemorgen!’ zeiden ze vrolijk toen Anne de tent uitkwam met een krultang. ‘Haaii.’ zei ze vrolijk terug en Anne verdween tussen de bomen door.

De tassen en koffers werden de bus ingeladen en Eline kwam naast de jongen zitten. ‘Lekker weer naar huis.’ zei ze toen ze ging zitten en legde een hand op zijn been. ‘Ben er helemaal klaar mee!’ zei Eban sarcastisch. ‘Die kop!’ antwoordde Eline zijn blik en barstte in lachen uit. ‘Geweldig!’ zei ze erachteraan. Samen lachten ze nog een tijdje door. De bus was ondertussen al een uur onderweg naar het vliegveld voor hun vlucht naar Nederland toe. ‘Dit is de eerste keer dat ik vlieg. Heb jij al eerder gevlogen? Eline? Eline, wat is er?’ Eline ogen waren nat en druppels vocht dropen over haar wangen naar beneden. Ze keek Eban aan en haar lippen kwam langzaam van elkaar af. ‘Ik mis iemand.’ Eban ging rechtzitten en dacht na. Moet ik hier iets mee doen of niet? ‘Wie’ vroeg hij toch maar. Het bleef stil. ‘Kom, we gaan de bus uit.’ Eban pakte Eline’s hand vast en nam haar mee

‘Camelia!’ schreeuwde Eban. ‘Ik heb je gemist.’ ‘Ik jou ook moppie. Was het leuk?’ ‘Jaaa, op een aanval na.’ ‘Een aanval? Wat voor aanval?’ ‘Sant Pere Pescacor.’ Zei Eban kortaf. Camelia’s ogen werden groot. ‘En toen?’ ‘Toen heeft hij ze praktisch verlamd. En heb ik er eentje bij z’n ballen gegrepen.’ zei Eline, die naast hen kwam staan. Camelia moest lachen en laat haar mooie witte tanden zien. Ze gaf Eban een kus. ‘Oh ja, introductie. Camelia dit is Eline. Eline, dit is mijn vriendinnetje Camelia.’ ‘Aangenaam.’ ‘Insgelijks.’ ‘Kom, ik breng je naar huis. Je ziet een beetje witjes.’ Zei Camelia en ze stapten in haar zwarte autootje.


De Jongen, het e-book is voor €4,50 online te bestellen in de webshop.
Klik hier om de webshop te openen.


Loading Likes...

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *