De Jongen #78 | Mechelstein for Hike

‘Het is mistig op deze vroege morgen.’ zei Gavin opgewekt. ‘Dat is mooi, dan wordt het vandaag mooi weer.’ kaatste Eban de bal terug. ‘Kom, we stappen de auto in.’ ‘Even wachten.’ zei Ilona. ‘Ik ben de broodjes vergeten.’ En ze verdween weer het huis in. De deuren sloegen dicht en Gavin en Eban wachtten totdat Ilona aan kwam. Een minuut later ging de garagedeur open en kwam Ilona naar buiten met een grote mand met allemaal broodjes met verschillende beleg. ‘Rijden maar schat.’ zei Ilona toen ze was ingestapt en haar gordel om deed.

Een vijf minuten later doemde Villa Veertig op tussen de bomen. ‘Gelukkig weet de poort welke auto het is.’ ‘Heel makkelijk ja.’ De poort ging open en de auto reed haast als vanzelf het pad op. Ze reden over het gras naar het personeelshuisje, waar nog tien andere auto’s stonden en parkeerde daarnaast. ‘Zo te zien zijn Izzy en Jaade er ook al.´ zei Eban. De voordeuren stonden al open, dus ze hoefde niet aan te bellen. ‘Wat een drukte.’ zei Eban toen de woonkamer binnen kwamen en zagen dat alles tegen de wanden waren geschoven en dat er stoelen waren bijgezet. ‘Maak er zelf een feestje van, ook al wordt je oud en seniel of zelfs wel een debiel.’ zei Athol die in een stoel zat, die het dichtst bij de voordeur stond. ‘Goeiemorgen opa.’ ‘Goeiemorgen jongens. Kijk maar eens in de gang. Daar is het nog veel drukker.’ Ilona was met haar broodmand allang in de gang. ‘Oh, wat erg. Ik ga weer terug naar buiten. Eban deed zijn winterjas open en liet de koude lucht om zich heen waaien.

In de verte dansten blonde haren heen en weer en kwamen al snel dichterbij. ‘Goeiemorgen lieverd.’ zei Camelia die samen met Damara, Izzy en Jaade de bult opkwamen. ‘Goeiemorgen lieverd.’ zei Damara haar na en ze keek vrolijk met opgekrulde mond naar Eban. Hij pakte haar op en liet haar een rondje door de lucht zweven. ‘Zullen we starten?’ zei hij daarna. ‘Moeten we eerst naar de inschrijfbalie.’ zei Camelia. ‘Nee joh. Wij zijn de Van Bunders. Daar hoeven wij toch niet heen te lopen.’ ‘Daar gaan we weer.’ zeiden Izzy en Jaade in koor. ‘Let maar eens op. Kopieer inschrijfformulier.’ De jongen hield zijn hangt op en uit zijn belandde vijf witte formulieren waar groot bovenstond: Mechelstein For Hike. ‘Even met de ring onze zegel erin zetten. En hoppa! Laten we gaan.’

In de bloementuin was een grote boog neergezet, waarop de slogan stond: Mechelstein For Hike. ‘Welkom bij de 39ste editie van Mechelstein For Hike. Ter ere van de 139ste verjaardag van mijn overgrootopa Athol!’ Klonk er luid door een speaker. ‘Oom Kjell zit ook weer op zijn plek dit jaar!’ schreeuwde Izzy boven de mensen uit. ‘Er zijn reeds al 2.632 mensen vertrokken voor deze mooie tocht op deze mooie dag. Welkom in het Van Bunderbos.’ ‘Kom we gaan ook lopen. Blijf je bij ons Damara?’ ‘Met de vrouwen op stap Eban?’ Klonk er door de speakers. ‘Dankjewel oompje. Vriendelijk bedankt!’ zei de jongen cynisch. ‘Enkele leden van de beroemdste familie van Mechelstein loopt nu onder de boog door. Wij wensen jullie veel succes.’

Langzaam verdween de villa achter hen en liepen ze door een heel stuk bos. ‘Wauw!’ zei Damara opgewekt toen ze alle verschillende kleuren zagen in het bos. ‘Wat zie je?’ vroeg Camelia geïnteresseerd. ‘Allemaal kleurtjes. Groen, geel, bruin, rood.’ ‘Mooi hé?’ vroeg Eban. Ondertussen liepen ze door. De tocht die zij liepen was iets meer dan tien kilometer. Ze hadden express niet meer gedaan, omdat Damara dat niet vol zou houden. ‘Eban, heb je wat te eten? Ik ben mijn tas vergeten.’ ‘Dommie.’ zei Eban tegen zijn vriendinnetje en pakte zijn rugtas. ‘Hier, een lekkere krentenbol!’ ‘Ik neem er zelf ook één.’ ‘Mag ik er dan ook één?’ vroeg Damara lief. Een grote, rode bloem had ze als strik in haar haar en dit keer droeg ze een legging met een dik vest, die werd bedekt door een witte jas. ‘Hier.’ zei Eban en gaf haar ook een krentenbol.

Izzy en Jaade waren met elkaar aan het praten, terwijl ze de bocht omliepen. De bomen hadden plaats gemaakt voor een open plek en er stond ook een podium. Het zonnetje scheen en  waar een volgend podium stond op een open plek. ‘Mensen! Wat fijn dat jullie er zijn op deze mooie woensdagmiddag. Ook dit jaar vragen we jullie om een bijdrage voor enkele sponsors van deze mooie tocht. Dit zijn Kika, de Voedselbank, Pink Ribbon en WNF. Door deze goede doelen te steunen kunnen mensen geholpen worden!’ ‘Dankjewel Walter Nariolack! De burgemeester van deze mooie gemeente!’

‘Stop er maar in.’ zei de jongen tegen Damara. Met de muntjes die ze van Eban had gekregen liep ze naar de collectebussen en gooide in elke van de vier een paar muntjes in. Ze kwam teruglopen met een grote smile op haar gezicht en pakte een hand van de jongen. ‘Goed gedaan Damara.’ zei hij trots.

‘Nog een kilometer.’ zei Izzy toen ze het bordje passeerden waar een grote één op stond. ‘Dan zijn we er bijna.’ ‘Pas op, een gat!’ riep Jaade ineens. ‘Wat doet dat gat hier?’ vroeg Izzy. ‘Pas op Damara.’ Een gat van een paar meter was ontstaan, midden in het pad. ‘Oei.’ zei Eban toen hij aan de rand van het gat stond en weer naar achter liep. ‘Hoogtevrees?’ vroeg Camelia en pakte weer de hand van haar vriendje vast. ‘Een beetje.’ Eban kreeg een idee en tikte op zijn ring. Planken schoven uit de aarde naar de andere kant en klikten als aan elkaar gegoten vast. ‘Ow.’ klonk er van omstanders. ‘Dat is de familie Van Bunder.’ De jongen boog en ze liepen verder, naar het eindpunt van de tocht. Wat, zoals gepland, natuurlijk Villa Veertig is.

Honderden mensen liepen samen met Camelia, Izzy, Jaade, Damara en Eban in de richting van Villa Veertig. Langs de paden stonden verschillende kraampjes waar je lekkere dingen kon kopen en even verder, waar er een plein was gecreëerd, stond Queran één van zijn liedjes te zingen. Om het plein heen stonden kraampjes waar je je medaille kan ophalen. ‘Geef maar aan mij Eban, dan haal ik de medailles wel op.’ Camelia pakte de inschrijfkaarten aan en ging naar één van de kraampjes toe. Verloren stond Eban in het midden van het plein samen met de andere meiden. ‘Alsjeblieft moppie.’ zei Camelia toen ze de medaille aan Eban gaf en een dikke kus op zijn mond plaatste.

Na even over het terrein van de villa te hebben gelopen wou Camelia graag naar huis. ´Kun je me naar huis brengen?’ vroeg Camelia dan ook. ‘Tuurlijk lieverd.’ Ze liepen het terrein af en wachtte op de bus naar Dieren. Na een halfuurtje waren ze in Brummen en was Camelia weer thuis bij Garman en Sanne. ‘Goedenavond.’ zei Eban vrolijk toen ze de witte hal binnenkwamen. ‘Hoi Eban. Fijn dat je Camelia hebt thuisgebracht.’ ‘Sanne, ik ben geen klein kind hoor!’ zei Camelia ineens geergerd. ‘Maar wel mijn kleine meisje en het is al donker. Dus ben heel blij dat Eban jou heeft thuisgebracht.’ zei Garman vanuit de woonkamer. Eban toverde een glimlach op zijn gezicht en Camelia keek hem chagrijnig aan. ‘Sorry, dat noemen ze familieliefde schatje.’


De Jongen, het e-book is voor €4,50 online te bestellen in de webshop.
Klik hier om de webshop te openen.


Mechelstein for Hike

Loading Likes...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *