De Jongen #92 | De Jongen aan de kassa

De Jongen aan de kassa #92

De zon reikte als een fel licht over de bossen van Kasteel Mechelvieurt. De jongen liep het pad over richting de voordeuren en liep stilletjes door de gangen van het kasteel. In de personeelskamer was het druk. Eban hing zijn jas en blauwe sjaal op aan de kapstok en de glitters van zijn kersttrui blonken door het licht van de tl-buizen. ‘Jij gaat naar het restaurant terug, je pauze is om.’ zei Christophe tegen de brunette met het strikje. ‘Collega.’ zei de jongen tegen haar toen ze langsliep. ‘Eban! Fijn dat je er bent.’ zei Christophe vrolijk. ‘Vandaag sta je weer een keer achter de kassa. Uw collega..’ zei hij met een knipoog. ‘..staat ook achter de kassa. Het is druk vandaag.’

‘Goedemiddag meneer.’ begon Eban het gesprek van de dag. ‘Goedemiddag.’ ‘Heeft u genoten van het bezoek hier?’ vroeg Eban uit enthousiasme aan de meneer die wou afrekenen. ‘Ja, het hier heel erg mooi. Vooral de landkamer vond ik erg mooi om te zien.’ De jongen bliepte de producten en knikte goedkeurend. ‘Dat is ook mijn favoriete kamer. Wist u dat de kamer express niet in de toren zit?’ ‘Nee, dat wist ik niet.’ antwoordde de man vriendelijk. ‘Maar waarom dan wel?’ ‘De toren was de eerste plaats die anderen zouden verwoesten, daarom werden de bevelen gegeven vanuit de landkamer.’ ‘U beschikt over een uitstekende kennis.’ zei de vrouw van de man. ‘Dank u. Ik noem het kasteelleer.’ Eban lachte vriendelijk en zei dat ze een tientje moesten betalen.

‘Kan ik even een rondje wandelen?’ vroeg de jongen aan de vrouw met grijze haren die aan de andere kassa stond. Ze knikte en Eban liep weg van zijn kassa. Hij scharrelde een beetje tussen de beeldjes, landkaarten en ansichtkaarten rond. De jongen dacht er aan een beeldje kopen voor Camelia, maar dat zou hij later wel doen, bedacht hij zich. ‘Kunt u mij helpen?’ ‘Tuurlijk. Waarmee kan ik je helpen?’ vroeg Eban aan een meisje van zes. ‘Mijn naam is Julia en ik zoek een cadeautje voor mijn vriendje.’ Eban moest lachen naar het meisje. ‘Loop maar is mee.’ Ze liepen samen naar het einde van de winkel, waar de leuke dingetjes lagen. De jongen pakte een box en liet deze aan het meisje zijn. ‘Kijk, dit een lunchbox. Hier kun je je koekjes in doen voor als je naar school gaat.’ Julia lachte, maar Eban kon zien dat ze het niks vond. ‘Of een knuffel.’ zei hij lachend, terwijl hij met zijn hand naar achter greep, op de plank. Spelend liet hij de uilenknuffel dansen voor Julia’s gezicht. Ze moesten lachen en het meisje pakte de knuffel aan en rende zonder om te draaien naar haar ouders.

‘Hé Eban, wat doe jij hier?’ Een bekende stem kwam naar Eban toe gelopen. Het was zijn roodharige vakantievriend van de camping in Spanje. ‘Hee Tim, wat leuk om jou te zien! Ik werk hier.’ ‘Echt? Dat heb je dan goed voor mekaar.’ Ze gaven elkaar een hand en een klop op de schouder. ‘Van Bunder, we hebben je nodig aan de kassa!’ schreeuwde de stem van Christophe. ‘Sorry Tim. Ik moet achter de kassa staan.’ ‘Dat is oké, kan ik misschien mee?’ ‘Tuurlijk, loop maar mee.’

De jongen hielp ondertussen de klanten met het afrekenen voor hun souvenirs, terwijl hij met Tim gewoon doorpraatte. ‘Wat doe jij hier eigenlijk?’ vroeg Eban. ‘Elk jaar gaan we in december naar een kasteel of museum of een kasteel met een museum.’ zei hij nonchalant. ‘Oh okee. Maar waarom dit jaar kasteel Mechelvieurt?’ vroeg hij geïnteresseerd terug. ‘We zijn ook een weekendje weg in een huisje in Arnhem. En dit was dus erg dichtbij. Het is mooi hier.’ zei Tim toen hij uit het raam keek en de bossen zag. ‘Dat is dus mijn achtertuin zo ongeveer.’ grapte Eban.

Tim streek door zijn rode haren, die als een vuurtoren op zijn hoofd stonden. ‘Nog een fijne avond.’ zei de jongen toen hij weer een klant had geholpen. ‘Zijn je ouders er ook dan? Ik heb ze nog niet gezien.’ ‘Ja, natuurlijk. Daar staan ze.’ zei Tim. Hij wees op een glazen kast, waar de ouders van Tim stonden, die toen net hun kant op keken. Tim en Eban zwaaiden en kregen daar respons op. De ouders liepen hun kant op. ‘Eban. Leuk om je weer te zien. Wat doe jij hier?’ ‘Ik werk hier, mevrouw Van Dijk.’ ‘Dat heb je mooi voor elkaar. Het is een prachtig kasteel.’ zei de vader van Tim. ‘Ga je mee Tim?’ vroeg zijn moeder. Ze gaven elkaar een hand en Eban en Tim zeiden elkaar gedag met een high-five. ‘Tot ooit nog is!’

De Jongen aan de kassa #92
Loading Likes...

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *