De Jongen #94 | De Jongen doet kerstinkopen

Op straat klonk kerstmuziek. Eban neuriede zachtjes de melodie mee van Last Christmas. Op het Van Bunderplein dansten lichtjes vrolijk in het rond. Het was druk op het plein. Vele volwassenen liepen winkels binnen en renden het plein over van hot naar her. De kleine kinderen werden bezig gehouden door een Kerstman die op een arrenslee zat. De jongen liep het plein op en bleef op een hoekje staan kijken. ‘Niks bijzonders te zien.’ zei hij zonder intentie, als een soort automatisme. Twee oude vrouwtjes stonden op van een bankje. Eban liep vlug naar het bankje toe. Net voordat hij wou gaan zitten, kwam er een meisje naast hem, die ook wilde zitten. ‘Dorise!’ riep hij verheugd. ‘Niet doen alsof je verrast bent om me te zien Eban. We hebben afgesproken.’ ‘Ja, dat klopt.’ Gaf Eban toe. ‘Maar we hebben niet precies gezegd waar.’  ‘Zullen we maar gaan? Anders zijn we niet voor het donker thuis.’

Een half uur later liepen Dorise en Eban door hartje Arnhem. ‘Waar wil je als eerste kijken?’ vroeg de jongen aan haar. De blonde haren van Dorise golfden over haar jas heen. Ze keek om zich heen en wees naar een winkeltje. ‘Daar wil ik heen.’ Toen ze samen naar binnen liepen schenen de kerstlichtjes hun kant op. Overal lagen kerstslingers en kerstballen. Dorise pakte een setje paarse ballen en keek nog even bij huisjes van Lemax. ‘Duur allemaal hé.’ ‘Kerstprijzen.’ gaf Eban kort als antwoord. ‘Voor wie moet jij allemaal cadeautjes halen Eban?’ vroeg ze geintresseerd. ‘Camelia. Dat weet je toch?’ ‘Ja, dat weet ik. Niet voor nog meer mensen?’ Eban dacht even na met een doosje in zijn hand. ‘Ik denk dat ik ook iets meeneem voor papa en mama. Ik heb zo’n grote familie. Als ik voor iedereen cadeautjes moet halen, dan ben ik meteen blut.’ Dorise moest lachen.

‘Wat moet je nou weer met die lavendel?’ vroeg Dorise aan de jongen toen ze in een andere winkel waren. Eban stond bij een display vol met geurtjes voor op een brander. ‘Ik houd van lavendel.’ zei hij met een grote lach. Hij draaide zich weer om naar de display en pakte een paar geurtjes. Rozen, zonnebloem, mango, aardbei en vanille waren de geuren die de jongen koos. Hij stopte van elke geur eentje in het doosje en vulde er zo drie. ‘Heb ik ook weer drie cadeautjes erbij.’ zei hij toen er was afgerekend. ‘Oh kijk, een kookboek.’ zei Dorise en liep ermee terug naar de kassa. ‘Tuurlijk. Heeft mevrouw iets gevonden waar we al drie keer zijn langsgelopen. Ben ik klaar met afrekenen, gaat ze hem pas kopen.’ zei de jongen sarcastisch klaaglijk. Hij vond het wel grappig.

De winkel hadden ze verlaten en liepen het winkeltje ernaast in. Het was een juwelier. ‘Kan ik u helpen?’ ‘Ja, goedemiddag.’ zei de jongen een beetje nerveus. ‘Ik zoek een ring voor mijn vriendin.’ ‘Oké, dat kan. Van welk materiaal?’ ‘Zilver. En ik wil het graag laten ingraveren.’ ‘Loopt u maar mee.’ Dorise en Eban liepen met de mevrouw mee naar een glazen kastje. ‘Kijk, deze lijkt me erg geschikt voor uw vriendin.’ De medewerkster haalde een sleuteltje uit haar broekzak en maakte het kastje open. ‘Die vind ik niet zo mooi.’ zei de jongen meteen. ‘Oké, dan gaan we naar de volgende.’ De vrouw liet een zilveren ring zien met aan de buitenkant een soort nerf erin geslepen. Eban pakte de ring vast en keek even rond. ‘Wat vind jij?’ vroeg hij aan Dorise. ‘Mooi hoor. Zal Camelia vast blij mee zijn.’ ‘Pas hem is.’ zei hij op een toon tegen Dorise. Hij schoof de ring om de ringvinger van Dorise en keek haar aan. ‘Hij zit goed.’ knikte ze goedkeurend. ‘Mooi. Ik neem hem! Kunt u er een tekst ingraveren?’ ‘Tuurlijk. Loop maar even mee.’

Een kwartiertje later liepen ze de juwelier uit en had Eban een tasje vast waar de ring in zat. ‘Wie is dat?’ vroeg Camelia aan Eban. ‘Wat doe jij hier?’ vroeg de jongen verontwaardigd en helemaal verrast. ‘Wie is dat?’ Eban keek de twee meisjes aan. ‘Eban, ik vroeg je wie dat is.’  ‘Dit is Dorise. Dorise werkt samen met mij in Kasteel Mechelvieurt. We hebben vandaag afgesproken om kerstpresentjes te halen voor onze families.’ Eban zei dat allemaal heel snel en liet zijn tassen zien. ‘En dat heb je niet eens tegen mij gezegd?’ vroeg Camelia dit keer verontwaardigd. ‘Nee, dat heb ik niet verteld. Zou wel grappig worden zeg.’ ‘Wat zou grappig worden?’ ‘Als ik tegen jou zou zeggen dat ik cadeautjes ging halen voor m’n vriendinnetje.’ ‘Voor je vriendinnetje?’ Voor haar?!’ ‘Nee, niet voor mij. Voor jou. Hij heeft mij alleen mee gevraagd voor advies.’ ‘Oh, dan is het goed.’ zei Camelia gerustgesteld. ‘Kom is hier.’ zei Eban. Ze gaven elkaar een dikke knuffel. De jongen gaf Camelia een dikke kus op haar voorhoofd. ‘Tot morgen lieverd. Ik kom naar je toe.’ ‘Nog een kus?’ vroeg Camelia zacht. Eban drukte met gemak zijn lippen op die van haar. ‘Tot morgen.’ Ze liepen elk een andere kant op.

‘Was het leuk?’ vroeg Ilona aan Eban toen hij thuiskwam. ‘Jazeker. Maar Camelia was boos.’ ‘Camelia? Je ging toch met Dorise naar Arnhem?’ ‘Ja, dat was ook zo, maar toen we de juwelier uitliepen stond Camelia daar precies voor de winkeldeuren. Ze had ons gewoon in de gaten gehouden.’ ‘Ja, zo zijn meisjes hé.’ zei Gavin toen hij de woonkamer inkwam gelopen. ‘Pas op hé, meneer G.G. van Bunder.’ ‘Ja, dankjewel pap.’ ‘Sorry. Gaat u maar verder.’ ‘Camelia stond dus voor de deur te wachten tot wij naar buiten kwamen. Toen is ze een beetje uitgevallen. Gelukkig was ze te sussen en nu wil ik het er niet meer overhebben, dat zal wel een deuk in het vertrouwen geven. Nou heb ik honger en zin in wat te eten. Wat eten we?’ ‘Geduld jongen. Ik ben nog aan het koken.’ zei Gavin vanuit te keuken, waar hij in een grote pan groentesoep roerde.

‘Waar zit je aan te denken Eban?’ vroeg Gavin toen ze uitgegeten waren en Ilona de vaatwasser aan het inpakken was. ‘We gaan nou wel leuk Kerstmis vieren volgende week. Maar valt er eigen wel wat te vieren?’ Alle drie dachten ze even na. Toen legde Gavin een hand op die van Eban. ‘Jongen, er valt altijd wat te vieren. We hebben niet voor niks secretaressedag, vrijwilligersdag en nog meer van die dingen.’ ‘Dat is waar. Maar dit heeft impact voor de hele familie, ook voor Taramalyn en Damara en zo.’ ‘Ook dat is waar Eban. We zijn als familie sterk genoeg om dit te kunnen oplossen. Helaas werkt de Gemeenschap van Sant Pere Pescador niet echt mee.’ ‘Niet echt mee? Volgens mij wil Velasquez ons allemaal ophangen.’ ‘Misschien. Maar dat houdt Velasquez waarschijnlijk voor zichzelf. Maak er nou maar een mooie kerst van. Je hebt je cadeautjes al gekocht en Camelia zal het vast leuk vinden. Nog even en dan is het voorbij.’

Loading Likes...

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *