De Jongen #109 | De jongen past op

De Jongen past op

‘Goedenavond tante.’ ‘Ha jongen, fijn dat je vanavond past op Taramalyn. Kom binnen.’ Eban liep het huis in van de Van Jacoba’s, hing zijn jas op aan de kapstok en plofte op de bank neer. ‘Wij gaan dan zo weg. Kan ik alvast wat te drinken voor je pakken?’, vroeg Haitske aan haar neefje. ‘Cola, graag.’ ‘Izaac! Pak ff cola voor Eban!’ schreeuwde ze bijna door het huis heen. De oom van Eban stond op uit de eetkamer, pakte een glas en schonk het vol met cola. ‘Ha, Eban. Hier is je cola.’ ‘Dankjewel oom Izaac.’, zei Eban blij om hem weer te zien.

‘Ah, Haitske, lieve schat van me. Ga je nou echt met sandalen en roze sokken erin naar de informatieavond van onze dochters?’ ‘Huh? Ja, hoezo?’ ‘Dat kan echt niet tante!’, zei hij vol verbazing. Telkens weer verbaasde de jongen zich over het feit dat zijn tante een slechte smaak had. Niet qua eten, maar qua kleding. Hoewel dat vandaag nog meeviel met haar blouse en rok. ‘Na, wat is dit nou? Ik heb gewoon sandalen met sokken aan!’, zei Haitske alsof ze nog nooit had gehoord dat het een slechte keus was. ‘Trek gewoon andere schoenen aan.’ reageerde haar man. De jongen moest giechelen. ‘Oké, oké. Ik ga al andere schoenen halen.’ Haitkse liep de woonkamer uit, zodat Eban en Izaac alleen waren. ‘Hé, dat was een goede actie hé?’ vroeg hij toen ze weg was. ‘Jazeker.’, zei de jongen lachend.

‘Dames, opschieten!’ schreeuwde oom Izaac de trap op. Precies op dat moment klonken er geluiden vanaf boven. Een meisje van acht jaar kwam de trap afgehold. Ze kwam de kamer binnengestormd en liet zich bovenop de jongen vallen. ‘Hé Damara. Hoe gaat het met jou?’ ‘Goed.!’, zei ze. ‘Ga je mee naar de keuken?’ vervolgde ze meteen. ‘Ja hoor.’ Eban liep meer naar de keuken, terwijl Haitske met haar hakken op de grond stampte. ‘Kom nou, anders komen we te laat!’ Eindelijk kwamen Izzy en Jaade naar beneden. ‘Hehe. Dan kunnen we eindelijk gaan meiden! Hup.’, zei Izaac toen ze buiten gingen. De meiden liepen alvast met Izaac naar buiten. Haitske wees met haar vinger in de lucht naar Damara. ‘Lief zijn hé en luisteren naar Eban! Eban, je pakt zelf wel drinken en wat te eten hé? Veel plezier!’ Tante Haitske trok de deur achter haar dicht in het slot. De auto startte en ze reden de straat uit.

Damara kroop van Eban’s schoot af en kwam voor hem staan. ‘Eban?’ vroeg ze heel lief. ‘Ja?’ antwoordde hij. ‘Zullen we een cake bakken?’ De jongen dacht even na. Is dat nu wel zo verstandig? ‘Oké dan. We gaan een cake bakken, maar dan moet je wel goed luisteren.’ ‘Ja, Eban. Ik zal goed luisteren.’ Eban aaide over haar hoofd heen en liep samen met haar de keuken in. ‘Ik zet eerste de oven aan, dan kan deze voorverwarmen.’ ‘Goed idee. Mag ik dan de eieren pakken?’ ‘Is goed.’ Damara pakte de eieren uit de koelkast en legde deze op het aanrecht. Helaas rolde de eieren weg en vielen ze op de grond. Eban keek zijn nichtje aan. ‘Sorry.’, antwoordde ze.

Een paar minuten later was het deeg klaar. ‘Ah, we zijn het bakblik vergeten. Weet jij waar dat staat lieverd?’ vroeg de jongen aan Damara. ‘Ja, dat staat in dat kastje.’, zei ze. ‘Maar daar kan ik niet bij hoor.’, zei Damara lief. Eban moest lachen. ‘Ja, dat snap ik! Haha. Maar daar kan ik wel bij.’ Eban pakte het blik uit het kastje en zette het neer. ‘Nou.’, begon Eban met instructie geven. ‘Mag jij het blik insmeren met ei.’ De jongen brak een ei boven een schaaltje. ‘Dip maar een beetje met het kwastje.’, zei hij tegen haar. Damara plaatste de kwast in het ei en smeerde het bakblik in. Toen deze helemaal was ingesmeerd complimenteerde Eban haar.

De jongen pakte wat drinken en ging zitten op de bank, met de tv aan als achtergrondgeluid. Hij speelde met Damara mens-erger-je-niet. Helaas voor de jongen was het niet aan de winnende hand. Midden in het potje vroeg Damara of ze mocht kijken bij de cake. ‘Ja, tuurlijk. Kijk maar hoe het gaat. Maar alleen kijken hé!’, riep Eban erachteraan.

‘Hé, het rookt.’, zei Damara zachtjes. ‘Het rookt! EBAN, BRAND, BRAND, BRAND!’, schreeuwde Damara haar longen uit haar lijf. Eban keek op van zijn telefoon door het felle geschreeuw van zijn nichtje. ‘Brand!’, zei hij en rende van de bank af de keuken in. ‘Naar buiten jij.’, zei Eban terwijl hun longen de rook naar binnenzogen. Eban gaf haar een zet de woonkamer in en belde de brandweer. ‘Oh god.’ Dat was zijn reactie toen hij de keuken binnenkwam. De vlammen kwamen de oven uit en blakerde het plafond zwart.

‘Is dit uw huis?’, vroeg de brandweerman aan Eban toen de brand was geblust. ‘Nee, dit is het huis van mijn oom en tante. Daar komen ze net aan. Hoe wist u dat er brand was?’ ‘De buren van het blok daar hebben gebeld.’ De brandweerman wees naar een huis dat schuin tegenover stond. ‘Ah.’ ‘Wat is er gebeurd?’, vroeg tante Haitske gestrest toen ze de auto uit kwam. Izaac rende bijna de autodeur uit toen hij Damara zag zitten op het grasveld. ‘We hadden cake gebakken, maar die is nu zwart.’, zei Eban humoristisch. ‘Fijn dat er niks met jullie aan de hand is.’, zei Izaac toen hij bij Damara geknield zat.

‘Meneer en mevrouw, de keuken is geblust. Helaas zult u wel wat waterschade hebben. Misschien is het beter dat u zelf even gaat kijken.’ De brandweerman die Eban eerder had aangesproken, sprak nu tegen zijn oom en tante. Ze liepen naar binnen toe en zagen dat het plafond van de keuken helemaal naar beneden was gekomen door het water. De ruimte stond blank. Eban glipte door de woonkamer naar de keuken. ‘Het is al best laat tante. Mama wacht ook op mij.’ ‘Tuurlijk schat. Ik zal Ilona bellen dat je eraan komt.’ Eban liep het huis uit, pakte zijn fiets en reed weg.

PS: heb jij het grote gevecht nog niet gelezen? Deel 1 en deel 2 zijn te lezen met de voorgaande links

No votes yet.
Please wait...

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *