De Jongen #80 | Mistig in Mechelstein

Langzaam stijgt de zon en baadt Mechelstein in het oranje licht. Het is mistig als Eban in de eetkamer staat en de gordijnen opendoet. ‘Het is mistig.’ zegt hij. ‘Dat is te zien.’ zegt zijn moeder vanuit de keuken. ‘Als het mistig is, wordt dan niet al te listig. De zon is dan onderweg voor weer een mooie, nieuwe dag.’ ‘Heel goed gezegd jongen. Want de zon maakt iedereen vrolijk.’ De jongen trok de stoel naar achteren zodat het kraste op de stenen vloer en toen ging hij zitten. ‘Hier, alsjeblieft.’ ‘Dankjewel, mam.’ Ilona zette een bord met twee belegde broodjes op tafel en Eban viel aan. Na het brood klokte de jongen nog een glas melk naar achter en verdween toen weer naar boven.

Vijf minuten later kwam de jongen weer beneden met zijn schooltas. ‘Ik ben naar school mam! Tot straks.’ ‘Tot straks. Ik ben wel even boodschappen doen als je thuis komt.’ ‘Oké, mam.’ De deur sloeg dicht. ‘Koud.’ mompelde Eban en hij trok zijn rits iets verder omhoog. Hij liep de straat uit, onderweg naar school. Het was rustig op straat en bij de meeste huizen branden nog licht, ten teken dat er iemand thuis was. Langs de sportvelden werd het donkerder, de grote spotlampen brandden niet en Eban liep stevig door. In de verte stond de Bosbouwschool al, waar het ook aardig donker was.

‘Goedemorgen.’ zei een jongen van een klas hoger tegen Eban. Maar de jongen liep gewoon kaarsrecht door en sloeg linksaf om het gebouw binnen te gaan. ‘Hee, goedemorgen. Hoe gaat het?’ vroeg Féron, maar ook hij kreeg geen reactie. Eban vluchtte snel een toilethokje in en ging op de wc-bril zitten. Zijn armen hingen langs zijn benen en met zijn hoofd knalde hij voorover tegen de deur van het hokje aan.

‘Aahh.’ kreunde de jongen en hief zijn hoofd weer op. Hij voelde even aan zijn voorhoofd, maar er sijpelde geen bloed uit. ‘Das nog eens een meevaller.’ zei hij betreurd. Hij stond op, waste automatisch zijn handen en liep de deur uit. ‘Goedemorgen meneer van Bunder.’ zei een meisje met lange blonde haren. Eban keek naar haar schoenen en lachte, ze zaten onder de modder. ‘Ha, Eline. Ik herkende je niet, maar je schoenen verraden veel hoor!’ Eline keek naar haar grote schoenen en begon te lachen. ‘Haha, ik heb ook een spoor achtergelaten.’ Ze stonden bij de kluisjes en achter hen kwam een klein vrouwtje naar hen toegeschuifeld met een dweil. Het vrouwtje keek Eline recht aan in haar blauwe ogen en ze zei: ‘De volgende keer als jij zo binnenkomt, mag je zelf dweilen.’ ‘Helaas studeer ik bosbeheer en wordt u betaald voor het schoonmaken.’ zei Eline gevat en ze nam Eban mee naar het lokaal, zodat de vrouw nog meer moest poetsen.

‘Eban, gaat alles goed?’ ‘Ja, prima. Beetje mistig in het hoofd.’ ‘Dat is te zien. Ga lekker naar huis en ga op bed liggen.’ ‘Je ziet inderdaad een beetje witjes.’ zei Eline toen de jongen haar aankeek. Je zag Eban even nadenken en plotseling was ook de twinkeling in zijn ogen verdwenen en gingen zijn ogen ernstig naar beneden hangen. ‘Ik denk dat ik moet overgeven.’ zei de jongen en hij rende vervolgens door de gang naar de wc’s. Even later hoorde hij iemand de wc’s binnenkomen. ‘Hé jongen, gaat het?’ zei Cid, toen hij Eban gebogen over een wasbak zag staan. ‘Het gaat wel.’ ‘Kom op jongen, ga naar huis. Zo kun je toch niet de hele dag op school blijven?’ ‘Maar ik moet!’ ‘Jij moet naar huis bedoel je?’

Een half uur later lag Eban op bed. Hij keek snel op zijn telefoon, las het berichtje van Camelia, beantwoordde deze en stuurde naar de klassenapp dat hij thuis was. De gordijnen had hij dichtgedaan en zijn nachtlampje had hij ook uitgeknipt. Zonder broek was hij in bed gaan liggen en had zijn ogen dichtgedaan.


De Jongen, het e-book is voor €4,50 online te bestellen in de webshop.
Klik hier om de webshop te openen.

De Jongen 80

Loading Likes...

1 Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *