Column | Jij bent een pannenkoek

Wanneer ik deze tekst schrijf, ben ik aan het vergaan van de hitte. Het is benauwd buiten en dat slaat op mijn keel. De hele tijd ben ik aan het hoesten. Het houdt ook maar niet op. Zaterdag heb ik heerlijke pannenkoeken gegeten. In alle soorten en maten. De eerste was te dik, die heb ik laten liggen en de laatste was lekker dun. Deze heb ik zo snel veroberd. Niet te doen. De ingrediënten heb ik zelf uitgekozen. Wil je het weten? Ik zal het wel even vertellen. Een rijtje met appels, bedekt met een laagje suiker, verborgen onder een laag slagroom met als topping stroop. Heerlijk!
Het is nog een heel gedoe om een pannenkoek goed te maken. Het begint allemaal met het maken van het beslag (en niet van het deeg). De mix in de kom, een beetje melk en eitjes erbij en klutsen maar. Helemaal niet moeilijk, nee. Tot nu toe gaat het wel. Maar daarna komt het. De dikte van de pannenkoek maakt heel veel uit. In een pannenkoekenrestaurant kun je er misschien maar ééntje naar binnen werken. Dat wordt voor thuis een duur geintje. Aangezien je er ongeveer twaalf uit een pak kunt halen. Ik moest lachen toen er teveel beslag in de gloeiendhete pan ging. Dat ging niet zoals gepland.
Mijn vingers zaten helemaal onder de ingrediënten waar ik mijn pannenkoek mee heb ingerold. Een vieze, plakkerige zooi. Toch kon mijn geluk niet op. Deze was op de zaterdagavond-best. Een heerlijke avond met vier opgegeten pannenkoeken was mijn maag goed gevuld. Een lekkere zoete koek plakte vast aan mijn lippen. Hap. Weg. Nog steeds ben ik aan het hoesten. En het is nu ruim een week later. Er wordt gezegd dat de zoetigheden die je eet, niet uitmaakt voor het hoestgehalte. Zo zal ik het nu maar even noemen. Ik begin er nu toch echt aan te twijfelen. Misschien heeft de chocolade, chips en aardbeiensiroop niet meegeholpen.

Loading Likes...

3 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *