De Jongen | #36 Athol uitgediept

Athol zat in de uitvindingkamer. Deze kamer lag op de tweede verdieping van Villa Veertig. De deur ging open en Eban kwam binnen. ´Ha Eban, kom binnen.´ Athol legde zijn boek neer op tafel en keek hoe Eban binnenkwam. De jongen deed de deur achter zich dicht en stapte in het licht van de kamer. Aan de zijkant van de kamer stond een groot aquarium met dingen die erin dreven. Aan de andere kant stond een grote tafel met verschillende soorten telescopen met lampen erboven. Achterin de kamer in het midden stond de bank waar Athol op zat. In de kamer was het verder donker, het bevatte geen ramen, alleen felle lampen die op hen schenen.
´Waar is dit voor?’ vroeg Eban, toen hij langs een tafeltje met draaiende instrumenten kwam. ‘Deze instrumenten staan voor de tijd, hemel en aarde en geluk.’ zei Athol. ‘Ze draaien rond, net als de tijd, hemel en aarde. Maar wie zegt dat geluk ook niet ronddraait?’ Eban zweeg en keek opzij. Naar andere dingen in deze mysterieuze kamer. Athol ging weer op de bank zitten en pakte het boekje dat hij op de tafel had gelegd. ‘Wat voor werk deed u vroeger, opa?’ vroeg de jongen behoedzaam. Athol keek op en er rolde een traan over zijn wang. ‘Ik was vroeger begrafenisondernemer. Een mooi en dienbaar beroep.’ Een tweede traan biggelde over het gezicht van de overovergrootopa van Eban. ‘Ja, mooi beroep.’ zei hij zacht. Eban ging naast hem zitten en leunde tegen opa aan. ‘De laatste begrafenis die ik heb gedaan is die van Cedric. Hij is overleden bij een ernstig auto-ongeluk.’ zei Athol uit zichzelf.
Minuten gingen voorbij voordat er weer wat werd gezegd. Athol stond op en liep naar een andere kamer. Een minuut later kwam hij weer terug met een landkaart. Hij gaf deze aan de jongen. ‘Bedankt.’ zei Eban zacht. De jongen had namelijk een brok in zijn keel, door wat hij gehoord had. Hij had zijn overovergrootopa nog nooit zien huilen. Altijd maar zien lachen. Het was een wijs man, die veel wist van veel dingen. Vooral van sterrenkunde en tijd. Athol was van veel dingen op de hoogte. Ook omdat hij de oudste was van de familie en zo het meeste had meegemaakt. ‘Ik heb nog één vraag voor u.’ zei de jongen terwijl hij de kaart opvouwde en knikte. ‘Vraag maar, mijn jongen.’ ‘Hoe bent u in contact gekomen met Iris de Heks?’ ‘Ah, dat zit je dus dwars. Ik vroeg me al af waarom je kwam.’, zei hij met een knipoog. ‘Als ik me niet vergis moet Iris rond de 120 jaar zijn. Toen zij jong was, was ze bevriend met mijn ouders. Mijn ouders wisten niet dat ze een heks was. Dat vertelde ze pas toen ze dood gingen. Als wederdienst voor hun zorg, kreeg ik een ring met een deel van haar magische krachten.’ ‘Ahh, zit dat zo.’ Eban knikte hevig met zijn hoofd dat hij het begreep. ‘Maar waarom heb ik dan ook een ring?’ vroeg hij. ‘Zo waakt Iris over ons.’ Eban knikte nogmaals en bleef even zitten, nadenkend over wat hij net had gehoord. ‘Ga nu maar naar huis Eban, je moeder zal het eten wel bijna klaar hebben.’ Eban vertrok met genoeg dingen om over na te denken. Zijn hoofd zat ermee vol, gelukkig kwam de vakantie dichterbij.


Het maken van het e-book heeft helaas vertraging gekregen. Nog even geduld, maar dat zal het waard zijn!Athol uitgediept

Loading Likes...

39 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *