De Jongen #45 | De Jongen op de camping

De camping was netjes ingericht met schone wc’s. De standplaatsen stonden op een verhoogd stuk en, misschien nog wel belangrijker, Eban voelde zich op en top. Hij werd vrolijk wakker, wat een teken was dat hij goed sliep. Ilona en Gavin lagen nog in de caravan te slapen, zodat de jongen besloot om een rondje over de camping te gaan lopen.

Klik hier voor meer informatie over De Jongen.

Eban floot en de vogeltjes floten terug. Het was rustig op de camping, omdat het nog vroeg was. Her en der liepen wat mensen naar het toiletgebouw en uit sommige caravans en hutjes kwamen geluiden van huilende baby’s. In het midden van de camping was een rotonde met in het midden mooie hoge palmbomen omringd door witte stenen. De jongen liep over de witte stenen tussen de palmbomen door en sprong ervan af.

Aan de rechterkant van het pad stond een jongen met rood haar, een bleke huid en sproeten. Eban stak zijn hand naar hem op en de andere jongen knikte vriendelijk en glimlachte. ‘Hoe heet je?’ Vroeg Eban en hij ging naast de onbekende jongen staan. ‘Mijn naam is Tim. En die van jou?’ ‘Ik ben Eban van Bunder.’ Zei Eban en hij schudde Tim de hand. ‘Aangenaam Eban.’ Zij hij terwijl hij naar de ring van Eban keek. ‘Volgens mij ken ik jou al ergens van. Ben jij niet die rijke familie met die magische ring?’ Eban keek hem inschattend aan en knikte. ‘Ja, dat is mijn familie.’ Zei hij trots. ‘Ga je mee?’ Vroeg Tim. ‘We gaan naar het zwembad.’ ‘Ik ga mee!’ Zei Eban vrolijk. Snel haalde de jongen zijn zwembroek en handdoek op en kleedde zichzelf om bij de toiletten.

Een minuutje later was hij bij het zwembad en zag hij Tim gelijk in het zwembad omdat hij wel opvalt met zijn rode haren. Eban sprong het zwembad in een belandde precies naast Tim. ‘Jij kan ver springen Eban!’ De jongen moest lachen en sprong een beetje op en neer. Het was tegen 12 uur en de zon stond op het zuiden toen Tim iets opmerkelijks zei. ‘Waar gaan al die adelaars naartoe?’ Eban en Tim keken de lucht in en zagen om de tien meter zeven adelaars richting het oosten vliegen. Ze klommen het water uit, pakten hun handdoeken en liepen de richting op waar de vogels heen vlogen.

In het laantje Copenhagen, waar de plek was van Eban, zaten minstens 50 adelaars. Die adelaars zaten op de caravans en op de tentdoeken, maar ook op de tafels, kastjes, wasrekken en enkelen pikten op de grond. Ilona zat in kleermakerszit op de grond, terwijl Gavin als een gek in de lucht stond te zwaaien. Langzaam kwamen er steeds meer adelaars de tent in en kwamen er steeds meer mensen kijken. Terwijl de adelaars juist andere mensen op afstand hielden door naar ze te pikken.

Eban liep het straatje verder in, zonder gepikt te worden en Tim liep vlak achter hem. Zijn groene ring straalde door het licht van de zon en hij hief zijn hand op. ‘Ontplof adelaars!’ Klonk het diep vanuit zijn buik. Opeens knalden er om Eban heen de eerste adelaars dood. ‘Concentreer je Eban!’ schreeuwde zijn vader, terwijl hij bezig was om de vogels van zijn voeten af te slaan. Een adelaar ging met zijn poten op de voeten van Eban staan en pikte in zijn blote been, waar een straaltje bloed naar beneden liep. Eban deed zijn ogen dicht en concentreerde. ‘Ontplof adelaars!’ Zei hij met volume. Meteen klonken er vonken en spatten de adelaars uiteen.

Zijn moeder omhelsde hem en bedankte. Haar borst was opengepikt en ook daar sijpelden er dunne straaltjes rood bloed uit. Eban ging zitten en depte met een tissue zijn eigen been af.

De Jongen op de camping


De Jongen is nu te koop als e-book. Voor €4,50 kun je de hele serie lezen op je telefoon, tablet, e-reader en desktop. Klik hier voor meer informatie. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *