De Jongen #47 | In het restaurant

‘Hier een spin, daar een spin, overal een spin!’ Zei Eban vrolijk. Eban las zijn boek en merkte niet dat er verderop nieuwe mensen op de plek naast hen kwamen te staan. Er klonk wat gerommel, terwijl de jongen doorlas en beelden bedacht bij een heel spannend stuk uit het boek. Hij keek op uit zijn boek en staarde verward naar het pad. In gedachten verzonken dacht hij aan allerlei dingen, zonder dat hij hoorde wat Ilona zei. ‘Eban? Eban! Luister je?’ ‘Huh, wat zei je mam?’ ‘Ik vroeg of je aan Camelia dacht?’ ‘Huh, hoe weet je dat?’ ‘Ik kan het aan je zien.’ Zei ze instemmend. ‘Ja, klopt. Ik mis haar heel erg.’ ‘Weet je jongen, ware liefde vindt altijd zijn eigen weg, ook al mis je elkaar nog ze erg en ben je 1600 kilometer bij elkaar vandaan.’ Zei Gavin vanuit het niets toen hij de hoek om kwam en Ilona een kus gaf. Eban glimlachte en ging weer verder in zijn boek.

Die maandagavond aten Ilona, Gavin en Eban laat. Ze liepen naar het restaurant aan de boulevard en gingen aan een tafeltje zitten. In een oogwenk stond de ober naast hun tafeltje en vroeg wat ze wilden drinken. Eban keek naar andere mensen en Ilona en Gavin praatten over de terugreis. ‘Zal ik in Villa Veertig gaan logeren?’ vroeg Eban dan opeens aan zijn ouders. ‘Kun je doen! Ik zal straks een bericht verzenden naar overgrootopa Athol. Eban knikte instemmend en de ober kwam aan met hun drankjes. Ze nipten aan de overvolle glazen en toen werd het donker. Een hele donkere wolk hing boven de boulevard en de zee. De jongen nipte nog een keer aan zijn glas en keek de zee op. Ilona en Gavin keken ook naar de zee en ze zagen de golven wit schuimend tegen het strand opbeuken.

Opeens krioelden er misschien wel duizend spinnen over het terras van het restaurant.  De obers lieten hun dienbladen vallen. Het eten werd meteen verorberd door de vele spinnen. Gasten gingen op de stoelen en op de tafels staan. Eban, Ilona en Gavin zaten met hun voeten op het houtje tussen de stoelpoten en bleven erg kalm. Wisten ze wat er ging gebeuren? In de verte, vanuit zee, zweefden er zeven figuren. Figuren die konden vliegen. De spinnen krioelden onrustig onder hun voeten en werden door sommige mannen massaal doodgetrapt.

De figuren waren grote arenden die voor de boulevard op het strand landden. De meest rechtse arend kreeg benen en armen en transformeerde in een lijkbleek mens met zwarte haren een een kale kruin: het was Velasquez. Hij transformeerde de anderen ook terug in mensen en liepen zo over het strand naar het restaurant toe. Chico en Manel liepen als eerste over de stenen balustrade en stonden voor het tafeltje waar Ilona, Gavin en Eban zaten. Daar achter kwamen Felip, Miquel, Vicenc en Carlos. ‘Eet smakelijk Gavin.’ Zei Chico uiterst vriendelijk. Gavin en Eban keken hem luchtig aan. ‘De wijsheid is nog ver te zoeken.’ Zei Eban dapper. De zes mannen stapten aan de kant en maakten plaats voor de ‘middel-age’ tovenaar. Velasquez verscheen en de lantaarnpalen die net aangingen maakte zijn gezicht nog bleker en lieten zijn oogkassen nog verder inzakken.

‘Zo, heeft de jonge Van Bunder een grote mond?’  ‘Ik heb geen grote mond. Ik spreek gewoon de waarheid.’ ‘Eban, houd je rustig.’ Fluisterde zijn vader zacht in zijn oor. Omstanders keken naar het tafereel, bleven geruisloos staan of tikten met hun vingers tegen het horloge. Velasquez stapte naar voren en richtte zijn toverstok op die kleine spinnen die toen zo groot werden als een Acromantula. De drie spinnen joegen grote angst aan. Mensen deinden achteruit en een paar omstanders werden gegrepen omdat ze de familie wilden helpen, maar ze waren al te laat. Eban, Ilona en Gavin waren gegrepen door drie reuze spinnen die klakten met hun reusachtige kaken en een nerveuze indruk maakten. Hun harige poten omhelsden Eban en zijn ouders. Eban kreeg jeuk aan zijn benen en wilde krabben, maar kon zich niet bevrijden uit de greep van de spin. Met twee van zijn poten probeerde de spin om Eban zijn ring afhandig te maken. Langzaam schoof de ring van zijn vinger af en kletterde op de grond. De slimme spin wilde de ring met zijn poten pakken, maar Eban gaf gauw een elleboog in zijn acht ogen, zodat hij zelf de ring snel kon oppakken. De jongen deed de ring weer om zijn vinger en zei: ‘Dood spin!’ Een rood licht ontstond en ging op de spin af. De spin kreeg een schok, maar herstelde snel en sprintte op de jongen af. ‘Niet doden, maar verlammen.’ Zei Gavin rechts van hem. ‘Verlam spin!’ Zei de jongen fel toen de spin voor hem stond. Een blauw licht spoot op de spin af en de spin bleef roerloos liggen.

‘Wel wel, goed staaltje werk Eban.’ Zei Velasquez goedkeurend. Terwijl er takken over de grond kropen en hen vastbonden. ‘Helaas ben je nog hier. Samen met je ouders. Mag ik je ring even bekijken?’ Zei hij terwijl hij voor hen stond en de andere leden van de Gemeenschap eromheen. De handen van Eban, Ilona en Gavin raakten elkaar aan en dit keer was Ilona die het woord nam en tegen Velasquez  zei: ‘Dag Velasquez. Naar Camping Calamar Calafell!’ De Van Bunders verdwenen en lieten zeven woedende mensen achter in een waas van geel licht.

In het restaurant

Loading Likes...

16 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *