De Jongen #48 | Huilen en schrammen

‘Hai schatje. Ik hoorde dat je hebt gevochten met hele grote spinnen. Heel goed van je. Ben supertrots op je! Kusjes en ik houd van je. Tot snel mop!’ Hoorde Eban toen hij de volgende ochtend de voicemail afluisterde. Tranen blonken onder zijn oogleden. De jongen had diepe schrammen in zijn benen en de levende takken van Velasquez hadden een kruis achter zijn oor gekerfd. Zijn moeder, Ilona, kwam aan met een pot met rode smurrie. Eban glimlachte tussen zijn tranen zei door en zei  zachtjes dat het aardbeienmoes was. Ze zette de pot op tafel en Eban smeerde zijn benen dik in, zo dik dat ze helemaal rood waren in plaats van bruin door de zon.

Het aardbeiendik verdween en er verscheen nieuwe huid met wat blonde donshaartjes. De jongen sprong overeind van het bed, gaf zijn moeder een kus en struikelde bijna de caravan uit. ‘He verdikkemme.’ Zei hij luid, zodat ook de buren hem konden horen en naar hem moesten glimlachen. Hij zwaaide naar een klein meisje aan de overkant, die wel wat had van een mini-Nina. De jongen kende Nina van school, alleen zat zij een klas lager.

Tim, de jongen uit Utrecht met zijn rode haar en bruine ogen, kwam langslopen en bleef voor de tent staan. ‘Goeiemorgen Eban. Zin om wat te gaan doen?’ ‘Altijd! Wat heb je voor me in petto?’ ‘Een potje badmintonnen?’ zei Tim toen hij een badmintonracket tevoorschijn haalde.  Eban lachte en zei dat dat precies iets was voor op vakantie. Ze gingen tegenover elkaar staan en begonnen de shuttle over en weer te slaan. In het begin ging dat nog niet zo best voor Eban, maar een tijdje later konden ze de shuttle zo snel heen en weer slaan, dat Ilona het niet meer bij kon houden. ‘En hop!’ ’50, 51, 52..59, 60, 61..65, 66, 67!’ ‘Kom maar even wat drinken jongens. Jullie zullen wel dorst hebben.’ Zei Ilona en ze zette twee bekers op de campingtafel. ‘Wat wil jij hebben Tim?’ Vroeg ze beleefd. ‘IJsthee is prima.’ Ze namen een slok van hun drinken en Eban gorgelde wat. ‘Lekker! Ananas!’

Tim en Eban namen afscheid van elkaar, want de vakantie zat er voor hen beide bijna op. Ze wisselden nummers en adressen uit en gingen hun eigen weg. Ze gaven elkaar nog snel een mannen-knuffel en een klap op de rug. ‘Tot snel!’ ‘Tot snel.’ Zei Eban en hij ging weer op z’n stoel zitten.

Huilen en schrammen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *