De Jongen #59 | Ongeluk en cadeaus

De jongen liep samen met Pello door Mechelstein heen, op weg naar het winkelcentrum. Pello drukte zijn bruine bril dichter op zijn neus toen er een meisje met bruin haar langsfietste. ‘Mooie billen!’ riep Pello na. Het meisje keek achterom en de jongens zien dat ze en sigaret vastheeft. ‘Mag niet hé!’ riep Pello nog een keer naar haar. Ze zagen het meisje sneller fietsen, wat een slecht idee was. Het meisje viel met haar hoofd op de stoep. ‘Wat moeten we nou doen?’ ‘Erheen gaan natuurlijk!’ zei Eban verontwaardigd. Ze renden naar het meisje en bleven even staan kijken. Een spiraaltje bloed verspreidde zich op de stoep en Eban boog zich voorover. ‘Dit is Bren.’ zei hij geschokt. Het meisje had haar ogen gesloten. ‘Hoe weet je wie dat is?’ vroeg Pello. ‘Omdat het mijn ex is.’ antwoordde Eban. Pello boog zich nu ook voorover en voelde aan haar pols. ‘Dat is goed.’ zei hij en ze knikten naar elkaar. ‘Ik ga bellen.’ verkondigde Eban en hij stapte een stap naar achter en pakte zijn telefoon uit zijn zak.

Het gehele verhaal is ook te lezen als e-book. Klik hier voor meer informatie. 

Een ambulance kwam met gierende sirenes de hoek om scheuren en stopte met piepende remmen naast de plek waar Pello en de jongen stonden samen met nog wat omstanders. Een brancard werd uit de ambulance getild. De hoofdwond van het meisje, dat Eban’s ex is, werd verzorgd en daarna werd ze op de brancard getild. Vervolgens tilden twee mensen van het ambulancepersoneel haar op. Precies voordat ze in de ambulance werd getild, deed Bren haar ogen open en blies een luchtkus naar Eban. ‘Ik ga mee.’ zei Eban tegen Pello en stapte de ambulance in. De deuren gingen dicht en ze reden de straat uit. Verslagen zag Eban Pello verder lopen, het centrumplein op. ‘Sorry Pello.’ fluisterde hij zacht.

Het leek wel in een oogwenk dat Eban naast het bed stond waar Bren in lag. Haar blauwe ogen keken hem aan maar ze zeiden niets. Ze wachtten tot de dokter langs zou komen, maar dat bleef nog even uit. ‘Fijn dat je er bent.’ fluisterde ze zachtjes. De jongen liep naar haar toe en ging op een stoel bij haar zitten. ‘Tuurlijk ben ik er, maar vraag me niet waarom.’ Bren glimlachte. Eban lachte ook en keek in de diepe blauwe ogen van zijn ex. Ze was nog steeds best knap, ook al was haar hoofd ingetapet. Ondertussen was er al bijna drie uur verstreken. De jongen kreeg een sms binnen van Pello: Hee jong, ben je al uit het ziekenhuis? We moeten nog cadeau halen he. ‘Oh shit, ik moet weg.’ zei Eban heel snel. Bren keek meteen veel minder blij. ‘Ik wil dat je blijft.’ ‘Sorry, kan echt niet. Ik kom snel weer.’ Eban gaf een kneepje in haar hand en zei gedag. Toen hij buiten stond, keek de jongen nog even door het raam en zag een traan op de wangen van Bren. Hij keerde zich om en verdween, de gang in. ‘Hallo.’ zei Eban tegen de ouders van Bren en vertrok.

Een half uur later stapte hij de bus uit op het Van Bunderplein en zag Pello samen met Quon op een bankje zitten. ‘Zo zo, wat doen jullie hier?’ zei Eban terwijl hij achter hen ging staan. De twee jongen hadden niks door en schrokken zich dan ook een ongeluk. ‘Moest dat nou?’ zei Quon. ‘We dachten dat m’n moeder eraan kwam!’ ‘Oh ja, die willen we niet tegenkomen!’ grapte Eban. ‘Nee, dat willen we zeker niet.’ bevestigde Pello de grap. ‘Zullen we?’ Met zijn drieën liepen ze de winkel van Dionysos Mode van Nu in en keken een beetje rond.  ‘Wat zal ik voor Camelia halen?’ ‘Waar houdt ze dan van?’ vroeg Quon. ‘Hmm, ze houdt van felle kleuren. Ze heeft wel vaak een sjaaltje om.’ ‘Dan zoeken we daar naar.’ zei Pello. ‘Gevonden Eban!’ riep Quon van een paar meter verder. ‘Deze neem ik mee voor haar!’ Het was een roze sjaaltje met felle gele bloemetjes erop. Eban rekende af en ze gingen de volgende winkel in.

Ze waren nu in een souvenirshop. Het was er erg warm en een winkelmedewerker begroette hen vriendelijk. ‘Kan ik u helpen?’ vroeg ze aan Eban. ‘Nee, sorry. Ik kijk even rond.’ ‘Het is een rare dag.’ zei Eban tegen Pello. ‘Een hele rare dag.’

Toen Eban naar huis fietste had hij een paar cadeautjes voor Camelia gekocht. ‘Nu nog verstoppen.’ Het sjaaltje kan in het laatje onder het bed, het beeldje kan in het geheime vakje van mijn kast en de cd prop ik wel tussen mijn andere cd’s, zo dacht de jongen na over waar hij alles zou neer kunnen leggen. Zonder dat Camelia merkte dat dat voor haar was. Eban zette de fiets in  de garage en plofte op de bank. ‘Wat een dag, wat een dag.’ zei hij toen hij hoorde dat Ilona van de trap af kwam.


Klik hier voor meer informatie over De Jongen. 

Loading Likes...

10 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *