De Jongen #60 | Confrontatie in Kasteel Mechelvieurt

Langzaam werd de jongen wakker. Het was koud en donker in de kamer, toch scheen het zonnetje buiten flink. Eban knipte zijn lampje aan, bleef nog even liggen en keek toen op de wekker, het was 08:23 uur. Eban bedacht zich om er toch maar uit te gaan. Hij kleedde zich aan en deed toen de gordijnen open, waar hij vogeltjes zag fluiten en er kwam een vrachtwagen langs van de fabriek achter hun huis.

Het gehele verhaal is ook te lezen als e-book. Klik hier voor meer informatie. 

‘Goedemorgen!’ zei Gavin vrolijk, toen hij zijn jongen uit zijn slaapkamer zag komen met een nog ietwat slaperig uitdrukking. ‘Morgen.’ ‘Ben je uitgeslapen?’ vroeg Gavin. ‘Jazeker.’ ‘Dan kun je je bed verkopen.’ ‘Ach, wat zijn we weer grappig.’ ‘Ja, je trapt er ook altijd in. Ik zal je eten maken.’ ‘Laat mij dat zelf maar doen. Anders krijg ik een lachwekkend ontbijt.’ Zei Eban lachend. ‘Het is al goed.’ Eban smeerde een lekker wit bolletje met hagelslag en op een ander bolletje ging kipfilet. De jongen plofte op de bank en kwam bijna gelijk weer overeind, omdat hij zijn drinken was vergeten. Snel pakte de jongen een glas jus d’orange en spoelde daarmee zijn eten weg.

Eban schatte het buiten op een graadje of tien. Hij pakte zijn fiets en een rugzak en fietste weg. De koude wind waaide door zijn haren. Het leek zo mooi met dat zonnetje, maar het was echt heel erg koud, dacht Eban. Snel trapte de jongen door over het fietspad met aan weerszijde rijen bomen in een mooie rechte rij. Hij sloeg bij een weggetje rechtsaf en zijn fiets hobbelde heen en weer door de klinkers, waarmee de weg was belegd.

‘Vandaag mag je naar de kunstgalerij.’ zei Christophe vrolijk. Christophe was de baas in Kasteel Mechelvieurt en gaf opdrachten aan zijn werknemers en vrijwilligers. De jongen liep de gang in naar de trappen en ging naar boven. Hij liep door een deur, stak de hal over en liep door nog een deur. Eban kwam binnen in een hele lange hal met aan weerszijden grote ramen en kroonluchters die aan het plafond hingen. Tussen elk raam en het volgende, hingen grote schilderijen van enkele beroemde schilders, zoals Rembrandt en Van Gogh. In het midden stond een standje met een expositie van iemand. De jongen stofte een schilderij af en begon te kuchen. ‘Jongen jongen. Dit had iemand tien jaar geleden al wel mogen doen.’ Een oude toerist vroeg aan hem of het ging en de jongen knikte vriendelijk terug, als teken dat hij nog leefde. Eban stofte de volgende vijf schilderijen ook af en toen hij met het zevende schilderij wilde beginnen, voelde Eban iemand onaangenaam hijgen  in zijn nek. Hij keek om en merkte dat het doodstil werd in de galerij. Drie wit, doorzichtige spoken keken hem aan en Eban werd er een beetje bang van.  H n men reaenpoken kijkeneft s tilerijenmogen doe Ze kwamen dichter op hem af en bleven op een halve meter voor hem zweven. Ze reikten hun handen naar hem uit en raakte Ebans arm aan. Eban rilde van angst en kou, maar bedacht zich toen iets. ‘Doei doei spookjes. Spoken verdwijn!’ zei hij terwijl hij op zijn ring tikte. De spoken werden nog meer doorzichtig, maar je kon ze nog net onderscheiden. Eban zag een zwarte gedaante zich in de hoek van de galerij verschuilen maar schonk er geen aandacht aan. Het werd warmer in de galerij en de mensen begonnen weer te praten. Ze kwamen zijn kant op. ‘Hoe komt u aan die ring?’ vroeg dezelfde oude toerist. ‘Familiegeheim, sorry mevrouw.’

Eban  liep weg en kwam in de hal Belladonna tegen. ‘Wat is er Eban?’ vroeg ze bezorgd. ‘Er zweven drie spoken door de kunstgalerij en ik zag een zwarte gedaante wegduiken.’ ‘Haha, grappenmaker.’ Zei Belladonna. Eban trok een nepglimlach. ‘Oh, je meent het echt?’ Belladonna verstarde. Eban draaide zich om en zag toen Felip met een grote rode adelaar op de borst. Felip schrok, waarschijnlijk herkende hij de jongen en rende toen weg, naar de uitgang van het kasteel. Eban rende er achteraan en rende bijna een paar dagjesmensen opzij. Bij het museumwinkeltje stond Christophe met zijn handen in zijn zakken al op Felip te wachten. Met vijf omstanders brachten ze Felip naar het kantoor van Christophe en bonden hem vast aan een krappe stoel. ‘En? Vertel op!’ riep Christophe door zijn eigen kantoor. ‘Wat deed je hier?’ ‘Yo no te entiendo.’

‘Wat gebeurde er toen?’ vroeg Ilona toen Eban vertelde wat hij had meegemaakt. ‘Felip is opgehaald door de politie en een tolk en meegenomen naar het bureau. Waarschijnlijk wordt hij een tijdje vastgehouden, voordat hij terugvliegt naar Barcelona.’ ‘Ik hoop dat het de aankomende weken nog even rustig blijft met de gemeenschap, dan kunnen wij ons voorbereiden.’ ‘Voorbereiden? Waarop?’ ‘Dat weet ik eerlijk gezegd ook nog niet Eban.’


Klik hier voor meer informatie over De Jongen. 

De Jongen (27)

Loading Likes...

10 Comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *